Bergen (beklimming Fløyen)
Afstand: 42 km
Hoogste punt: 384 meter
Hoogtemeters: 790
|
Bergen
 Ik sta ervan verbaasd dat we om 10 uur al op de fiets zitten, terwijl we er toch niet vroeg uitgingen. Het scheelt natuurlijk enorm dat de tent mag blijven staan en dat we behalve wat lunchspulletjes niets hoeven in te pakken. Het is op deze Zondag lekker rustig op de weg. Dat komt goed uit, want we slingeren behoorlijk van de ene parallelweg van de E39 naar de andere. 5 kilometer voor Bergen kunnen we een smalle weg oppikken die zich via diverse haarspeldbochtjes door een dicht bos omhoog wurmt. Na diverse grauwe dorpjes en veel krioelend asfalt is het apart om plots door een doodstil bos te rijden, wetende dat achter deze berg de toch niet kleine stad Bergen moet liggen. Op 180 meter hoogte begint een onverhard paadje. Het moet naar Fløyen lopen, het uitzichtpunt over Bergen. Een behulpzame Noor weet me te vertellen dat het pad redelijk te fietsen is en we gokken het er op. 5 minuten later lopen we in de brandende zon met de fietsen aan de hand over een met stenen  bezaaid zandpad 20% omhoog. Na een fel begin vlakt de klim op zo'n 300 meter wat af en is het inderdaad redelijk te fietsen. Behalve 1 mountainbiker zien we hier echter geen andere fietsers. Wel heel veel Noorse wandelaars. De 1 nog fouter gekleed in een te strakke leggingbroek dan de ander met blote borst en trendy drinkflesriem om de middel. Aan het aantal wandelaars, lees: toename daarvan, te zien naderen we het uitzichtpunt. Noorse vlaggen, shirts, ansichtkaarten en een stroom Duitsers en Japanners bevestigen dat we er zijn. We wurmen onszelf naar een plekje aan de railing en genieten van het fabuleuze uitzicht over de stad ver beneden ons in de volle zon, met vele fjorden en bergen rondom. Na een foto en een kort bezoekje aan de kiosk - eindelijk een fietssticker erbij! - laten we ons naar beneden rollen. Ondanks dat Bergen een toeristische stad is en in deze tijd met dit weer redelijk druk, is het niet te vergelijken met de chaos in steden als Florence, Rome, Luxemburg of noem maar op. Er heerst een gezellige drukte en je kunt nog vrij om je heen kijken en even stoppen zonder door een gids met omhooghoudend parapluutje en een gevolg van 75 Japanners onder de voet gelopen te worden.

 Een bankje vinden aan de handelskade met eeuwenoude houten huisjes - Bryggen - is dan ook niet zo'n probleem en met uitzicht op vele zeilbootjes in de haven, lunchen we in de warme zon. De handelshuisjes hebben nog steeds hun originele functie, maar handelen nu in souvenirs voor de toeristen. In het winkeltje waar oma afgelopen januari slaagde voor 2 Noorse truien, vindt Daan nu een mooi sportief Noors vest. Gezien ons bestedingspatroon van de afgelopen dagen moet er een minibank gezocht worden. We maken er een klein fietstochtje van en fietsen via het treinstation en een paar kleine straatjes met oude witte houten huisjes, weer terug naar de handelskade. Even over de vismarkt - Torget - lopen mag natuurlijk niet ontbreken. Garnalen, krab en tientallen soorten vis liggen uitgestald over de kraampjes. Met name de broodjes zalm en garnalen vliegen over de toonbank. Minder fraai gezicht is het kraampje waar de zeehondenhuiden verkocht worden.

In 2003 werd hier zelfs walvis verkocht, dat ligt er nu gelukkig niet. Wij houden het bij een onschuldig bakje aardbeien en peuzelen deze aan de kade op. Behalve wat zeilbootjes liggen er in de haven ook 2 grote ferries. Na een kleine speurtocht weten we waar we ons overmorgen moeten melden voor de overtocht naar Schotland. We verlaten Bergen weer via een achterdeurtje: een steil  klimmend weggetje door het bos, over de berg. Al snel komen we bij de splitsing waar we daarstraks voor het onverharde kozen naar Fløyen. Het stuk terug naar de camping is bekend. Bij de 7-eleven in Bergen hebben we nog gauw een aardappel/groente-schotel kunnen kopen, maar verder hebben we nog niets. De benzinepomp in Flaktveit heeft nog een zak chips om vanavond weg te snaaien en de campingwinkel heeft nog wat instant soep. Met een pakje jachtsaus die we ergens onderuit een tas toveren weten we van de schotel een lekker stoofpotje te maken. Het enige dat nog rest is een hompje brood en een restje pindakaas en smeerleverworst. Maar morgen gaan we naar Ingrid en kunnen we ook weer boodschappen doen. Na een potje kaarten houden we het vandaag wat eerder voor gezien. Ik ben wel blij dat we morgen na 3 nachten op dezelfde camping weer verder kunnen en we kijken allebei erg uit naar de bootreis naar Schotland en al het moois dat daar nog te beleven en zien valt.
|