Tvindefossen - Ulvik
Afstand: 54 km
Hoogste punt: 343 meter
Hoogtemeters: 630
|
Hardangerfjord

 Gisteravond zette ik de mp3-speler maar uit, omdat deze zelfs op de hardste stand nauwelijks boven het gebulder van de waterval uitkwam. Ook de wekker heeft er moeite mee en ik hoor hem maar net. Een week op deze plek en je hoor je hele leven alleen nog maar water ruizen. Al tijdens het ontbijt arriveren de eerste toeristenbussen vol met voornamelijk Japanners. Ze lijken de bus uit te sprinten om vervolgens om beurten driftig te klikken. Lachend kijken en wijzen de Japanners naar ons en `klik', daar staat we op de gevoelige plaat. Ze zien ons als onderdeel van de attractie en ach, misschien zijn we dat ook wel. Even na tienen rijden we de camping af. Er komen net 4 bussen aan, net op tijd dus. Met een lekker zonnetje dalen we af naar Voss, 1 van de grotere dorpen in Noorwegen. Het komt een beetje rommelig over en de paar lelijke bedrijfsterreinen die we passeren maken het er niet mooier op. Even buiten Voss is het verkeer gelukkig rustiger. De bewegwijzering voor fietsers is in deze streek goed te noemen en een bordje leidt ons zelfs op een fietspad dat over het traject van een voormalig  spoor is gelegd. Zo pedaleren we ontspannen door de bossen met de weg op enige afstand. De weg stijgt met een lekker percentage en daar waar het hoogteverschil te groot was voor de trein, rijden we door een voormalig spoortunneltje. Hoog in de atmosfeer lijkt het wat heiïg. Er is geen echte bewolking, maar toch is de zon wat gedempt door een soort nevel. Het resultaat is een prachtige regenboog rondom de zon, een fenomeen dat ik nog nooit in Nederland heb gezien, of er me de tijd voor gunde erop te letten. Het mooie fietspad eindigt even na het hoogste punt van deze bescheiden klim naar nog geen 300 meter. Het eerste dat we zien is een picknickplaats en die is natuurlijk voor ons. Het is een korte etappe vandaag en we nemen de tijd om uitgebreid te lunchen. De keuze is enorm: leverpastei, pindakaas, hagelslag, jam, chocopasta en bananenpasta. Na het opnieuw afstellen van Daan zijn remmen - die zijn aardig versleten na de onverharde afdalingen van eergister - kunnen we afdalen. Wat we tijdens de lunch niet gezien hebben, is dat zich om de bocht een diepe kloof ontvouwt.
 Vanzelfsprekend stort zich een waterval van over de rand naar beneden. In de verte is het meer van Granvin zichtbaar. Via een aantal haarspeldbochten en steile stukjes stort de weg zich het dal in, dat op slechts 40 meter hoogte ligt. Het is een on-Noorse weg, die veel weg heeft van de afdaling van de Col du Turini in zuidelijke richting - voor de kenners. Het meer van Granvin lijkt op een fjord, maar mondt uit in een riviertje dat na een paar kilometer daadwerkelijk in een uitloper van de Hardangerfjord stroomt. We fietsen het meer niet af, maar pakken weg 572 op om zo, verplicht, een enkele kilometers lange tunnel te ontwijken. Met een gemiddeld percentage van 5 klimt deze smalle weg rustig omhoog. Met een muziekje in de oren klimmen we ontspannen en op ons gemak door het bos, dat op de grond overdadig begroeid is met mos en kleine en grote varens. Kleine waterstroompjes sijpelen door het mos en druppelen langs de rotsen omlaag.
 Een grote steen langs de weg met het jaartal 1899 vertelt ons dat dit het hoogste punt is, op 343 meter. Tussen de bomen door zijn glimpen op te vangen van het spiegelgladde meer van Espeland. Slechts een paar vakantiehuisjes liggen aan het water. Met een roeibootje in het water en een eenzaam wapperende Noorse vlag is het een mooi gezicht. We gaan weer afdalen en duiken met een aantal scherpe bochten en chicanes flink omlaag. Met de barstjes en scheuren in de weg is het spannend rijden. Scherpe bocht naar links, scherpe bocht naar rechts. Bij de zoveelste bocht scheuren we om een rotswand het bos uit. Plots is het uitzicht daar. Beneden in het dal ligt een smalle felgroene uitloper van de Hardangerfjord, een prachtig gezicht met de groene wanden aan beide kanten en in de hoogte de grijze toppen van bergen, bevlekt met sneeuw. Met nog een paar haarspeldbochten staan we beneden. Bij een verschrikkelijk dure Coöp supermarkt doe ik zo weinig mogelijk boodschappen - een doosje gehakt kost al meer dan 5 euro. De camping is vlakbij, een klein grasveldje aan de fjord, maar met een perfect sanitairgebouwtje en verwarmde keuken met eethoek en tv. De Nederlandse buren houden ons een uurtje aan de praat. Zoals zoveel Nederlandse toeristen hier zijn zij ook vele keren in Noorwegen geweest: `al sinds `77'. Het lijkt soms een sport te zijn om zo interessant mogelijk over te komen, danwel een zo hoog mogelijk aantal te noemen dat men hier op vakantie is geweest. We eten een overvol bord pasta aan de keukentafel en blijven de hele avond daar zitten, beter dan opgevouwen in de tent - er drijft af en toe een klein buitje over - en zo kan Daan zowel Brazilië-Ghana als Spanje-Frankrijk volledig zien.

|