|
Buskerud
Borlaug - Gol
het regent de he-le nacht. De gedachte komt in me op om op deze goedkope camping een rustdag te houden, maar ik heb haast geen eten meer en de hele dag hier in de tent zitten zie ik ook niet zitten. Tijdens het inpakken stopt het echter met regenen en nadat Ed en ik elkaar een goede vakantie hebben gewenst, ga ik met goede moed op pad. Het valt me mee hoe steil de wegopbreking terug naar de afslag is. Met weg 52 zijn ze gelukkig niet bezig en er is ook weinig verkeer, zodat ik in alle rust kan gaan klimmen. De hoogtemeters vliegen snel voorbij met het lekkere percentage van zo'n vijf á zes procent. Ik ben omringd door hoge muren van steen en vanover de groene randen ver boven mij komen tal van watervallen gestort. Ook hier is het dal diep, steil en kronkelig en continu klinkt het gebulder van de rivier. Achter me zie ik hoe de wolken klem zitten tussen de bergwanden en het bij de camping moet regenen, terwijl uit de bossen in het dal waterdamp omhoog kringelt en zo de cyclus van dit microklimaat compleet maken.

Wederom sta ik versteld van de kracht in m'n benen en zonder veel kracht te zetten rijd ik soepeltjes omhoog. 500, 600, 700 meter hoogte passeren voorbij zonder dat ik stop. Na een grote bocht heb ik me uit het smalste gedeelte van het dal omhoog gewerkt en voor me kan ik alweer de boomgrens en bergtoppen zien liggen. Het verkeer is wat drukker geworden en vele mensen kijken me verbaasd aan. Ik geniet van de aandacht en het geeft me nieuwe energie. En zie daar: twee haarspeldbochten. Nu gaan we tenminste écht klimmen!


Nog nooit heb ik zo makkelijk zo snel zoveel hoogte weggetrapt en ik een zucht liggen de haarspeldbochten onder me en zit ik alweer boven de 900 meter. De weg loopt nu enkel rechtdoor, gestaag klimmend en ik kan een versnelling zwaarder gaan rijden. De wolken die beneden gevangen zaten komen nu echter omhoog en komen om de bocht achter me aan. het grootste gedeelte heb ik droog kunnen klimmen, maar op duizend meter mag de regenkleding weer aan. Het is gelukkig niet zover meer naar de top op 1137 meter. Van 490 meter naar 1137 meter over 15 kilometer in vijf kwartier zonder echt te stoppen is met al deze bagage een nette score. Zo heel veel is er hier niet te zien, ook dankzij het slechte weer. Het maakt de bergen en bergmeer nummer 76.358 grauw. Het landschap is verder ook minder spectaculair dan zijn buurman de Geiterygg die ik op weg naar het noorden reed. Maar toen lag er ook nog heel veel sneeuw.



Ik breek één van m'n enige fietswetten door met de wind in de rug te fietsen en geniet er maar van zolang het duurt. Doordat het ook vals plat naar beneden loopt, kan ik met gemak dertig koersen. Dat gaat snel! Af en toe daalt de weg even wat sneller en accelereer ik even tot de zestig kilometer per uur, zodat ik op de vlakke stukjes daarna redelijk makkelijk de veertig vast kan houden. Met deze vaart fietsen de Tourrenners gemiddeld. Maar goed, zij hebben geen 35 kilo bagage bij zich. Ik heb er lol in en daar het weer nog steeds pet is en dit dal er eigenlijk één van dertien in een dozijn is, probeer ik de vaart zo lang mogelijk vast te houden. De voetgangers in het dorp Hemsedal slaan raar te kijken als ik met veertig door hun dorpje koers en ook de campertoeristen kijken me verbaasd aan wanneer ze me met gering snelheidsverschil inhalen. Ik weet dat het tot aan Gol alleen maar naar beneden gaat en met de gedachte in het achterhoofd dat ik morgen toch een rustdag heb gepland, ben ik wel in voor een snelheidsrecord. Het wordt echter vlak, waardoor het behoorlijk stampen is om de snelheid boven de dertig te houden. Er komt me een traktor achterop rijden, die mij met moeite inhaalt. Ik haak aan en doordat de traktor me uit de wind houdt kan ik z'n snelheid van rond de 45 bijhouden. Lachend kijkt de boer in z'n spiegel naar me. Helaas moet hij er al na een paar kilometer af, waardoor ik wat vertraag en de rij auto's me in kan halen. De Nederlandse camper die me nu voor de derde keer inhaalt, kijkt lachend naar me, of nou ja, de inzittende glimlachen en steken een duim naar me op. Ik stop heel even om op adem te komen en een foto te maken van de werkelijk spectaculaire waterval aan de overkant van het dal, die zich met meerdere sluiers en een enorme vrije vlak van vlak onder de top het dal in stort.

Het is nog maar dertig kilometer naar Gol, maar de benen beginnen wat te verzuren en er nadert een hongerklap. Behalve de laatste muesli die ik vanmorgen heb opgegeten, heb ik niets meer gehad. De laatste vijftien kilometer gaat het echter flink naar beneden, zodat met een vaart van vijftig tot zestig de kilometers voorbij vliegen. Liggend op m'n triathlonstuur geniet ik werkelijk van elke bocht. De laatste tweehonderd hoogtemeters hoef ik niet meer te trappen, daarvoor ontbreken de versnellingen. Om kwart over één parkeer ik hijgend de feits op de camping waar ik precies een maand geleden - hè? zolang? - ookal sliep. De laatste 68 kilometer vanaf de top heb ik in precies twee uur afgelegd en de totale rit van 83 kilometer is er in drie uur en een kwartiertje doorheen gejaagd. Wat een heerlijke etappe! De beheerder herkent me en als ik hem vertel waar ik de afgelopen maand ben geweest, klinkt de typische Noorse kreet 'O, fy faen!' In de kiosk ligt een pakketje voor me klaar: de bestelde nummerplaat voor m'n aanhanger: haha! Ik ben benieuwd wat voor reacties ik ga krijgen op de plaat met 'APON' erop en zowel een Noors als Nederlands vlaggetje ernaast. Na het opzetten van de tent en een lekkere lange gratis douche, wordt het me zwart voor de ogen van de trek. Dus moet ik toch nog weer even op de fiets stappen om naar Gol te fietsen. Daar kom ik erachter dat ik vorig jaar en vorige maand om de hoofdstraat van Gol ben heengefietst, waar behoorlijk wat winkeltjes en supermarkten zitten. Ik denk dat ik me hier morgen wel ga vermaken. In de supermarkt kan ik me dit keer niet beheersen en koop zowel worsten, worstenbroodjes, chocola en chips naast het gewone avondeten. Op de camping eet ik me rond tot ik helemaal misselijk ben en een paar uur moet uitbuiken. Daar was ik aan toe. 's Avonds eet ik me nog een keer vol en de rest van de tijd staar ik naar de kaart en de planning. Ik heb een paar dagen over tussen nu en Rjukan, maar ik kom er niet helemaal uit wat ik zal gaan doen. Heb ik morgen wat om over na te denken. Maar ik denk dat ik eerst zal gaan uitslapen!
|