|
Hallingdalen
Lørenskog - Noresund
De eerste echte fietsdag! En wat een begin! Het bekende getik op het tentzeil doet mijn motivatie verdwijnen. Dat ik gisteravond toch even van de whisky heb geproefd en een nacht van drie uurtjes heb geslapen, is tevens geen goede voorbereiding. Terwijl een groot deel van de mensen in de zo'n vijftien tenten ligt te ronken, ruim ik m'n tent en spulletjes in een droog kwartiertje gauw op. Met m'n fiets aan de hand loop ik naar het huis van Kine, de vele lege flesjes, blikjes en een enkele slapende dronkelap daarbij ontwijkend. Ik heb gisteren al geholpen met het één en ander en Kine vindt het dan ook helemaal niet erg dat ik eerder wegga. Vroeg kun je het met half twaalf niet noemen. De eerste uitdaging is agglomeratie Oslo. Terwijl de regendruppelsaan m'n neus hangen volg ik trouw m'n GPS die hier en daar toch wat moeite heeft met waar fietsers wel of juist niet mogen rijden. Onderweg hangen er gelukkig ook veel bordjes, maar toch is het een aardige puzzel en voor m'n streven om Oslo centrum te ontwijken moet ik aardig wat keren steken en draaien. Stoepje op, stoepje af. Soms is het trottoir tevens fietspad, dan weer niet. Op Ring 3 verdwaal ik iets en even later rijd ik plotseling op Ring 2. Bij nog wat keren linksaf, rechtsaf, steegje in, smal straatje rechts, begin ik wat gebouwen te herkennen en even later kom ik pal voor het Vigelandpark uit. Hoewel dit niet helemaal de bedoeling was en het ook nog steeds flink doorregent, vind ik het toch erg leuk om er een pauze te houden. Kijkend naar de toeristen, droom ik weg naar de laatste keer dat de Tank (de bijnaam voor m'n 23 kilo (kaal) wegende fiets, voor degenen die het niet weten) hier was, in 2003.


Op één of andere manier is het nu heel anders. Ik had er niet zoveel zin als normaal en het reizen is eigenlijk iets 'normaals' geworden. De magie en het enthousiasme zoals ik die vier jaar geleden op m'n eerste reis voelde, is niet meer. Misschien komt het nog, maar vooral besef ik dat ik de mensen in Nederland gewoon ontzettend misen ik eigenlijk nog niet klaar was voor deze vakantie. Lekker negatief begint dit te worden. ( Voor wie de voorgeschiedenis niet kent, kijk eens onder www.ceesapon.nl/lofthus over m'n verblijf van 9 maanden in Noorwegen, voorafgaand aan deze reis) Het zal ook wel iets te maken hebben met het druilige weer, plus dat ik me niet zeker voel bij het fietsen door een grote agglomeratie. Het schiet ook niet op, elke keer van weggetje wisselen en op de verkeerslichten wachten. Bovendien liggen de buitenwijken van Oslo op heuveltjes waardoor het continu op en neer gaat. Nadat de laatste voorstad Bærumachter me ligt, kan ik de E16 opdraaien. Ondanks dat het zondag is, is het aardig druk. Hier en daar is er een fietspad aangelegd, maar de weg slingert soms door zulke smalle en bochtige kloven, dat ik de rijbaan op moet. Vrachtwagens nemen me dat op dit drukke bochtige traject niet in dank af. En omdat de weg kilometers lang vals plat omhoog loopt, ga ik ook nog eens hartstikke langzaam. Ik weet niet wat het is, maar de fiets lijkt niet vooruit te branden. Op sommige stukjes kan ik de snelheid amper boven de tien houden, terwijl het er toch echt niet steil is. Bij Sollighøgda ligt het hoogste punt van de weg, op iets boven de driehonderd meter. Omdat ik m'n bidons vergeten ben mee te nemen in het vliegtuig, barst ik van de dorst en stap de KRO (zo heten de Noorse wegrestaurants) op de 'top' binnen voor een flesje cola. Ik heb nog steeds niet geluncht, maar krijg geen hap brood naar binnen, dus eet maar een paar chocoladekoekjes. Een aantal tunnels in de E16 dwingen me de oude weg te rijden. Het gaat geleidelijk naar beneden en er is weinig verkeerd, zodat ik kan genieten van het uizicht over de Tyrilfjord.

Een enorm meer, ondanks de naam, met een hoop zijarmen en beboste eilandjes. Rondom het meer rijzen aan bergen grenzende heuvels en ik verbaas me erover hoe groen alles is. Zelfs op de toppen geen restje sneeuw te ontdekken. De vele wolkensluiers die langs de bergtoppen strijken en dreigen over het water hangen, maken de aanblik dramatisch. Ik laat het meer achter me en stop om de regenkleding aan te trekken.

Langs de lange rechte hoofdweg naar Hønefoss staat de man met de hamer. Tegenwind, regen, een zere linkerknie en een opkomende hongerklap drijven me een bushokje in waar ik al druipend en grievend - was ik maar.... - m'n laatste koekjes en het restje cola naar binnen werk. In Hønefoss heb ik nog een adresje waar ik vanmiddag wat zou kunnen eten, maar ik ben vies en nat en het is al zeer laat, terwijl ik nog veertig kilometer 'moet'. M'n blik wendt zich omlaag naar het asfalt, terwijl ik weg 7 oprijd - 'Bergen 411 km' staat er op het bord langs de weg. Veel van de bosrijke omgeving zie ik niet en als met oogkleppen op stamp ik de slingerige weg kilometer voor kilometer af.

Honger en misselijk tegelijk moet ik bij sommige heuveltjes stoppen omdat de benen niet meer willen en het zwart voor de ogen wordt. Behalve dat flesje cola heb ik niets meer gedronken - en ik ben ook zelfs geen benzinepomp tegen gekomen om wat te kopen. Twaalf kilometer voor Noresund laat ik me van de weg af een bospad op rollen. Met trillende handen haal ik een stuk brood uit m'n tasen dwing ik twee sneetjes te eten. M'n keel voelt als schuurpapieren de regeldruppels die ik van de planten slik bieden weinig verlichting. Maar de sneetjes brood doen wonderen en met herwonnen vertrouwen vervolg ik m'n weg. De camping die de kaart aangeeft, lijkt compleet verlaten en ik krijg mezelf zover door te rijden tot de camping even ten noorden van Noresund, dat vaf de hoofdweg gezien drie benzinestations en vijf huizen kent. Na een paar kilometer is er nog steeds geen camping. Het is ver na negen uur en ik besluit terug te rijden naar de benzinestations. Aan de andere kant van de weg heb ik namelijk een paar picknicktafels in het bos gezien aan de waterkant van het Krøderenmeer. Bij één van de benzinestations koop ik water en frisdrank en verscholen voor de hoofdweg zet ik m'n tentje in het gras op. Wat een dag. In een kwartier drink ik anderhalve liter sinas op zonder ook maar naar het toilet te hoeven en na de rijstmaaltijd gooi ik alles van me af, rol m'n matje uit en val in slaap.

|