|
Geiteryggen - riksvei 50
Gol - Stolsvatn
Brrr. Ik kan nog steeds nietzeggen dat ik het 's nachts behaaglijk vind. Af en toe word ik wakker omdat de koude rillingen me over de rug lopen. Ondanks dat ik om half tien al naar bed ben gegaan, schrik ik pas om half negen echt wakker. Gelijk maar eruit. De lucht is vrijwel strakblauw en het zonnetje brandt al lekker. De Noorse buurvrouw vraagt waar ik vandaag heenga en kijk nog eens bedenkelijk naar de half afgebroken tent en alle andere rotzooi. 'Succes', zegt ze als ik verklaar de bergen in te willen trekken. Het eerste stuk volgt de weg de rivier en gaat het langzaam omhoog. Ik sta ervan versteld hoe goed ik met m'n stijve linkerknie nog tempo kan houden. Na een aantal kilometer worden fietsers de weg afgeleid naar een b-weggetje dat parallel aan de hoofdweg loopt. Bij het staafkerkje dat aan dit weggetje ligt, staat een OAD-bus. De Nederlandse toeristen staan naast de bus inde zon wat met elkaar te ouwehoeren en kijken me gapend aan als ik temidden van hen stop om een banaantje op te peuzelen. 'Uit Nederland komen fietsen?' luidt de standaardvraag. Ik vertel ze het verhaal, waarop de buschauffeur begint te steigeren: 'Over Geiteryggen? Met al die tunnels?!' Vervolgens moet ik vijf keer z'n aanbod om mee te mogen rijden inde bus afslaan. Na vijf kilometer komen ze me achterop en toeteren nog een keer flink. Na wat vals plat kan ik op zo'n 450 meter hoogte een heel stuk een meer volgen. Een fris briesje waait in m'n gezicht, maar niet zo extreem als vorig jaar, toen Daan en ik nauwelijks vooruit konden komen.

De inham waar we toen lunchten rijd ik voorbij: de benen voelen nog goed en ik wil graag het drukke verkeer van weg 7 achter melaten. Daarvoor moet ik eerst nog een fiks klimmetje van zes procent overbruggen. Ik vrees een beetje voor de bergwegen die nog moeten komen. Even voor Hol sla ik weg 50 in en laat weg 7 achter die ik zo'n 175 kilometer heb gevolgd. Aan het meer waarlangs weg 50 loopt, staat een bankje, waar ik genietend in de zon een paar boterhammen wegwerk. Het oudere echtpaar dat bij m'n vertrek vraagt of ze het bankje mogen gebruiken, vertellen dat er nog veel sneeuw in de bergen ligt. Stomtoevallig moeten ze naar Lørenskog. De meeste hoogtemeters van vandaag zijn al gemaakt en langs het water zoef ik voort, in de verte zijn de eerste plekjes sneeuw in de bergen te zien. Ik had nog een paar klimmetjes verwacht, maar kan gelukkig verrassend makkelijk doortuffen. De supermarkt van Hol bevindt zich honderd meter na de plaatselijke staafkerk, waarik gauw even wat banaantjes insla.

De laatste kilometers naar Hovet zijn zo gepiept en ik stop voor de buurtsuper om aande picknicktafel wat verkoeling te vinden in de schaduw - ik ben al aardig verpiept - en om Kristin een sms te sturen. Zij zit samen met Marte, Espen en Ellen Marie hier 'ergens' in een hut en we hebben in Lørenskog afgesproken dat ik langs zou komen. Op z'n Noors duurt het maar voordat ze komen en dus begin ik maar vast aan m'n verslag. Even later komen er vier mensen bij me aan tafel zitten - vanzelfsprekend Nederlanders, ik geloof dat vandaag elke derde auto uit Nederland komt. Na een gezellig praatje en een uur wachten komen Espen en Kristin aangereden. De hut blijkt zo'n twintig kilometer weg te liggen in de bergen op ruim 1100 meter. Maar dat ga ik niet fietsen! Terwijl zij nog een paar boodschapjes doen, steek ik de weg over waar een vrouw voor haar huis zit te zonnen. In m'n vriendelijkste Noors vraag ik of m'n fiets er vannacht mag staan. Dat mag en met de rest van de bagage in de auto scheuren we de gruisweg omhoog, die zich met zeer steile stukjes en scherpe bochten tot boven de boomgrens uitwerkt, waar het landschap enkel bestaat uit rots, meertjes en sneeuwvelden. Aan de rand van een groot meer - het Stolsvatn - omringddoor witte bergtoppen staat een berghut temidden van een aantal sneeuwvelden.

De laatste meters naar de hut (rechts) moeten gelopen worden, omdat de weg nog niet begaan is.
V.l.n.r.: Ellen Marie, Marte, Espen en Kristin.
Stolsvatn (scroll naar rechts om de rest van deze panoramafoto te bekijken)
Erg leuk om elkaar na zondag nog een keer te zien. Hoewel de wind redelijk fris is en de sneeuw aan onze voeten ligt, is het toch heerlijk liggen in de zon en lijkt de temperatuur de twintig graden te overschrijden. Binnen liggen in het haardvuur een aantal aardappels te poffen, die heerlijk smaken met de vleesschotels met champions en sla erbij. Kristin maakt een bed voor me op ineen eigen slaapkamertjeen terwijl m'n riekende kleren op de veranda uitwapperen in de berglucht, geniet ik met brandende konen na van het uitzicht op het bergmeer, de kale slechts met wat mos en struikjes begroeide bergen en smeltende sneeuw rondom. Onwerkelijk, maar fantastisch.'s Avonds zittenwe nog tot bijna middernacht in de kamer met een potje vijfkamp. We lachen en kletsen heel wat af en ik zou haast geen zin meer krijgen om morgen door te fietsen....... haast...
|