|
Haukelivegen
Hovden - Røldal
Dankzij de heldere hemel daalde het kwik tot slechts een enkele graad boven nul. Brrr. Wanneer de wekker gaat is van die blauwe hemel niet veel meer over, de lucht zit potdicht en het miezert. Gelukkig gaat het niet zo hard, zodat ik de spullen droog kan inpakken. Wel is het verrekte koud. Met blauwe vingers stap ik op de fiets - het is niet de eerste keer dat ik er spijt van heb dat ik m'n handschoenen niet mee heb genomen. Voordeel van dat ik al op ruim 850 meter zit, is dat het niet veel meer klimmen is naar de top. De lange rechte weg gaat met vals plat omhoog over de toendra.
Er is vrijwel geen verkeer. De paar auto's die me voorbij rijden, betreffen voornamelijk Nederlandse toeristen. Ik tokkel wat op en neer over kleine heuveltjes en langs wat meertjes.


Rondom me kan ik het zien regenen en zelf blijf ik na een aantal kilometers ook niet bespaard. Gelukkig hoef ik niet te klimmen met de regenkleding aan want na het hoogste punt van 950 meter gaat de weg eerst geleidelijk en daarna ongelooflijk steil naar beneden tot 550 meter. Hier beneden in het dal komt weg 9 uit op de E134. Naast de kruizing staan wat toeristenkraampjes op een pleintje. Het zijn voornamelijk hele toeristische dingen die je er kunt kopen: rendierhuiden, trollen en Noorse vlaggetjes. Vijf jaar geleden stond er ook een grote kraam met worsten, waar we toen elandenworst en rendierenworst mochten proeven. Onder het afdakje van de supermarkt schuil ik tegen de regen en hap een banaantje weg. Ondanks dreigende luchten houdt het op met regenen en kan de regenbroek uit. M'n jack blijft aan, want het is nog steeds zeer koud. Het valt me mee hoeveel verkeer er op deze E-weg rijdt. Met name het ontbreken van vele vrachtwagens doet me goed. De eerste honderd hoogtemeters kan ik lekker wegtrappen, de weg stijgt nauwelijks. Na de 700 en de 800 meter hoogte is het echter anders en moet ik uit het zadel komen. Inmiddels zit ik alweer boven de boomgrens en volg een bergmeer waarlangs de weg wat op en neer gaat. Hoeveel van dit soort stukjes zal ik al gefietst hebben?

In de verte ziet het landschap er een stuk ruiger uit en ik verbaas me over de hoeveelheid sneeuw die ik in de bergen zie liggen. Ik neem me voor om eerder te eten dan gisteren en op commando staat er een winkeltje met wat tafels langs de weg. Er komt een Noor in wandelkleding op me af om te vragen waar ik mee bezig ben. Z'n moed valt open van verbazing.
'Ik bewonder vakantiefietsers, maar jij moet je wel erg thuis voelen in Noorwegen.'
Nou goed, dat klopt ook wel. In de verte zie ik de eerste tunnel liggen. Gelukkig kan ik de smalle en prachtige oude weg rijden. Het klimt even snel naar duizend meter, maar op het hoogste punt krijg ik een fraai uitzicht over de omgeving.
Kale bergen, nog zwaar bevlekt met sneeuwvelden, half gehuld in de mist, een groot bergmeer op de voorgrond en voor de rest alleen de stilte. Ik ben hier helemaal alleen, terwijl het verkeer honderd meter onder me door de rotsen rijdt. Twee minuten later ben ik weer op de grote weg. De weg blijft kilometers lang op duizend meter en hoewel de wind nou niet bepaald in m'n rug waait, kan ik toch vrij gemakkelijk blijven trappen en genieten van de prachtige omgeving. Bij het kleine dorpje Haukelisæter, dat eigenlijk alleen uit een wegrestaurant en hotelletje bestaat, trek ik toch maar weer de regenkleding aan. Niet onverstandig, want even later regent het goed door.



Nu ik de Haukelifjell het afgelopen jaar een aantal keer met de auto over ben gereden, met heel veel sneeuw, had ik me verheugd om eroverheen te fietsen op een zonnige zomerdag. De dikke mist ontrekt nu echter bijna alles aan het uitzicht. De tweede tunnel komt eraan. Ook hier kan ik de oude bergweg rijden, maar het toeval wil dat de tunnel ook gesloten is voor al het andere verkeer in verband wegwerkzaamheden. De oude weg is te smal voor het drukke verkeer uit beide richtingen en daarom staat er een lange rij auto's, campers en vrachtwagens te wachten op het verkeer van de andere kant, zodat ze daarna zelf in kolonne de pas over mogen. Ik kan de hele rij mooi voorbij fietsen en zo direct met een kolonne meerijden. Hoewel met name de vrachtwagens veel moeite hebben met de steile klim, trekt de hele kolonne aan me voorbij en fiets ik al gauw helemaal alleen. In de stromende regen trap ik langzaam omhoog.



Er ligt hier nog erg veel sneeuw langs de weg en in dit slechte weer en dikke mist waan ik me eerder in de winter dan de zomer. In de haarspeldbocht staren een paar schapen me wat dom aan. Ik kan ze bijna aaien, zo langzaam kruip ik voorbij. Eindelijk, daar is de top, 1150 meter! Weer een bergpas gehad, nog maar één te gaan! Inmiddels komt er een kolonne van de andere kant aanrijden. Met name in de bochten is het oppassen, want het verkeer verwacht geen tegenliggers en snijdt de bochten af. In vele auto's wordt er een groetende hand of een bemoedigende duim naar me opgestoken. Het geeft me nieuwe energie, nog maar twintig kilometer! Terug op de hoofdweg is het oppassen geblazen met al het water op de weg - en sowieso met alle knipgaten! - maar het zal nog wel even duren voordat de volgende kolonne me inhaalt. Via fraaie bochten verlies ik veel hoogte en het kost me veel moeite om deze met veilige snelheid te nemen met enkel achterremmen. De laatste tunnel kan ik ook ontwijken met een serie spectaculaire haarspeldbochten, vanwaar ik een fraai uitzicht krijg over het dal, Røldal en het Røldalsvatn, met de Røldalsfjell op de achtergrond.



De vele wolken en de dampende bossen geven het geheel een sfeervol aangezicht. Toch ben ik ook erg blij dat ik na 83 kilometer de camping op kan rijden. In de regen zet ik zo snel mogelijk de tent op. Terwijl ik hier nog mee bezig ben, komt m'n kersverse buurvrouw met paraplu uit haar caravan.
'Wil je een kopje thee of koffie?' vraagt ze, 'of vind je het raar dat ik dat vraag?'
'Helemaal niet', antwoord ik, 'graag zelfs'.
Ik dump alle spullen in de tent en stap de caravan van de buren binnen. Buiten is het twaalf graden en het is superfijn om me in de droge caravan te kunnen warmen. Tijdens het gezellige gesprekje krijg ik zelfs boterhammen met hagelslag en pindakaas aangeboden! Na het betalen van de toch wel dure camping en tien kroon voor de douche, heb ik nog 24 kroon in m'n porte-monnaie. Dat is alles wat over is van het budget voor de fietsreis. De warme douche doet me erg goed. Het is aardig soppen over het grasveld terug naar de tent en het lijkt elk uur harder te gaan regenen. Tegen beter weten in hoop ik dat ik wat mooier weer krijg op m'n laatste etappe naar Lofthus, het hele dal zit pot- en potdicht. Via de telefoon kan ik horen dat ook in Oslo de regendruppels op de tent van Jesper en Daan slaat. Ook zij komen morgen naar Lofthus, met trein, bus en boot. Waarschijnlijk komen ze in de avond aan en als ik niet compleet wegspoel morgen, ben ik er al 's middags, dus we spreken af dat ik alvast de boodschappen doe en pannenkoeken voor ze bak. Langzaam dringt het besef door dat deze monsterfietstocht z'n einde nadert. Onderweg denk je er niet zo aan en fiets je enkel de etappe van de dag of over de top die voor je ligt. De laatste drie dagen vanaf Rjukan waren erg zwaar, maar zijn toch - of juist daarom - voorbij gevlogen. het zal raar zijn om de Tank morgen voor langere tijd te kunnen parkeren en om Daan en Jesper 'thuis' in Lofthus te ontmoeten. Want onderhand is dat pokkedorp met 800 zielen, weggestopt aan de Sørfjord in het regenachtige Vestland, toch wel als een thuis gaan voelen. Ondertussen kletteren de druppels gestaag en met geweld op het tentdoek en op steeds meer plekken voel ik plassen onder de tent. Ik ga maar slapen en dromen over zomer en zon en het euforische gevoel dat ik morgen hopelijk zal beleven op de top van de laatste bergrug die me nog in de weg staat. Wat een tocht!

|