|
Haukelivegen
Røldal - Lofthus
'Nog een kopje thee Cees?' roept de buurvrouw naar me terwijl ik op m'n slippers door het moeras rond de tent sop.
Tot twee uur vannacht is het met bakken de hemel uit gekomen en even vreesde ik dat ik de hele boel zou moeten verkassen. Ondanks dat de camping er niet meer uitziet, kan ik de tent en alle spullen tenminste droog inpakken. Ik lever het theekopje in bij de vriendelijke buren en wens ze een goede reis. De laatste etappe. Met dat ik me op het zadel zet, heb ik gelijk een compleet natte zeem: lekker, zo'n doorweekt zadel. Het doet me niet zoveel nu het de laatste dag is. En hoewel het dal in wolken gehuld is, regent het op dit moment niet. Door de modder splets ik de camping af, uitgezwaaid door de buurvrouw. Bij het staafkerkje van Røldal stop ik enkel om een fotootje te maken en tuf daarna het steile weggetjes terug omhoog naar de hoofdweg.


De eerste kilometers is de weg redelijk vlak en Røldal verdwijnt snel achter me, terwijl ik langs het water zoef. Na een paar kilometer is het al over met de pret. De hoofdweg gaat met een fraaie kurketrekkertunnel omhoog, maar daar mogen fietsers gelukkig niet fietsen. Niet dat het alternatief zoveel makkelijker is: een smal en ontieglijk steil weggetje met slecht asfalt. Het gaat hier zeker met 10% omhoog en een oudere man staart me verbaasd na terwijl ik met gering tempo voorbij kom stampen. De benen schreeuwen en het melkzuur vloeit rijkelijk. 'Ik wil niet meer', schreeuw ik in mezelf. Tegelijkertijd weet ik dat het de laatste grote pas is en verman me. Vanover het water komt een grijs/witte muur van regen op me. Aanvankelijk probeer ik de regendruppels te negeren, maar wanneer het kleine steile weggetje zich weer herenigd met de hoofdweg 13, zijn de regendruppels inmiddels zo groot geworden dat ik het jack en de regenbroek weer tevoorschijn kan toveren. Het brede zwarte asfalt glinstert me tegemoet, hoog boven me torent de bergwand voor me uit. In grote, brede bochten slingert de weg langzaam omhoog. Ik probeer mezelf in te prenten dat dit de laatste klim is, aan de andere kant ligt de Sørfjord en Lofthus. Is dat waar? Het geeft me een heel apart gevoel, want ik kijk enorm uit om na al die weken eindelijk Lofthus te bereiken, terwijl ik er tegelijkertijd wat tegenop zie. Wat een vrijheid heb ik nu! En hoewel de benen niet meer zijn wat ze een paar dagen geleden waren toen ik uit Rjukan vertrok, stamp ik met veel plezier verder omhoog. Een ruime bocht naar links, ik ben al op de helft! Røldal is niet meer zichtbaar het het Røldalsvatn verdwijnt in de diepte en de mist. Langzaam komt het skicenter dichterbij. Gesloten nu natuurlijk, de piste ziet er nu heel anders uit met werkloze liften en groene weiden. Nog een paar maanden, dan zal ik hier weer naar beneden zoeven. Kijken of het nu beter gaat dan vorig jaar, toen ik met 70 kilometer per uur over de kop van de piste af dook om een grote groep skiërs te ontwijken. Maar inmiddels heb ik geleerd hoe je moet remmen en sturen, dus ik heb er alle vertrouwen in. Bij het skicenter gaat de hoofdweg de tunnel in, ik pak de oude weg, smalle weg, steile weg en kleun weer omhoog. Het begint weer te regenen, harder nu. Maar dat is logisch, want ik nader de top, niet de hoogste top, wel de laatste top. Ik slinger en ploeter en stamp terwijl dikke druppels op m'n capuchon en bovenbenen kletteren. Bèèèèh, lijkt een schaap me aan te moedigen.


Ik kan de top zien en er ligt sneeuw!
Aangezien de tunnel gesloten is, rijden de auto's me langzaam voorbij. Tegemoetkomende auto's stoppen, steken een hand op en lachen. Het is koud, erg koud, volgens mij net iets boven nul. Nog 3 bochtjes, nog 2, nog één. Vals plat nu, maar dat hindert me niet meer. Klik, klik, klik, drie versnellingen zwaarder en uit de pedalen. De laatste klim, de laatste! De laatste meters naar het hoogste punt van zo'n 1150 meter vliegen onder me door. Ik heb het gehaald! Een golf van euforie gaat door me heen. Ongelooflijk!
Voor me gaat de smalle weg verder door een smal dal, meer een kloof. Daar in de verte moet Odda liggen, aan het begin van de Sørfjord. De regen klettert vrolijk door terwijl ik langs de sneeuw zoef en aan de afdaling begin. Oppassen geblazen. Knipgaten, smalle passages, plotselinge bochten, haarspeldbochten en een fantastisch uitzicht over het traject voor me.

Een busje met ouderen voor me stopt zodat ik hen kan passeren. Het gaat hard naar beneden. De voorremmen waren al weggesleten, en nu eis ik het uiterste van m'n achterremmen. Via een aantal spectaculaire haarspeldbochten val ik door de kloof naar beneden en roetsj langs vele grote en kleine watervallen. En daar is de hoofdweg weer. Het asfalt is weer beter, de weg breder en zo kan ik m'n verkleumde, blauw gekleurde knokkels en vingers wat rust gunnen. Het regent keihard door, maar het deert me niet, want hier in het Vestland regent het altijd, ik ben gewend aan regen en het is mijn regen. Liggend op het triathlonstuur zoef ik met zestig kilometer per uur verder, rechtdoor, hier en daar een flauwe bocht. Mijmerend denk ik terug aan alle mooie plekjes waar ik ben geweest en de bergtoppen van de afgelopen dagen. Opletten weer, de hoofdweg gaat de laatste tunnel in. Ik sla af en pak de oude weg, afgesloten voor al het verkeer. Maar ik ben niet al het verkeer, ik ben Cees, de fietser, die idioot uit Nederland en til mijn fiets over de slagboom heen. Door het bos dat druipt van de regen slinger ik verder naar beneden en volgt een woeste, wildkolkende witte stroom van water verder naar beneden.

Harder en harder. Nog een slagboom! Ik knijp en knijp en knijp en kom slippend een half metertje voor de stalen versperring tot stilstand, til mijn fiets erover en rol weer verder. Bijna. Daar is de hoofdweg weer. De weg wordt echter niet breder en wurmt zich kringelend door de smalle kloof. Låtefossen. Rechts van de weg kletteren twee gigantische watervallen vlak naast elkaar met donderend geraas naar beneden. De vele regen van de afgelopen dagen heeft ze nog groter gemaakt dan normaal. Ik ben het gevoel in m'n vingers en voeten kwijt en moet even stoppen. Het kleine parkeerplaatsje staat vol met campers en toeristen. De meeste zijn zo onder de indruk van het natuurgeweld dat ze me niet zien. Terwijl ik hijgend, bibberend en rillend van de kou stop, stapt er een vrouw op me af.
'We have seen you on the mountain.'
'Het mag ook in het Nederlands hoor', antwoord ik bijna routematig.
'Zie je wel, ik dacht het wel: dat kan alleen maar een gekke Nederlander zijn', lacht de vrouw enthousiast.
Inmiddels staan haar man en nog een echtpaar waarmee ze schijnbaar reizen om me heen.
'We hebben je gezien bij het klimmen. Ongelooflijk dat je die hele weg hebt gefietst. Onderweg zeiden we telkens tegen elkaar: hier moet die fietser ook overheen. Knap hoor!'
Ze stellen me honderd vragen over m'n reis en met bibberende blauwe lippen geef ik ze enthousiast antwoord.
'Heb je het zo koud jongen? Wil je een kopje koffie?'
Heerlijk. Ik warm me vingers en lippen aan de koffie en krijg er zelfs een Bastognekoek bij. De filmcamera wordt erbij gepakt om deze doorweekte, druipende, rillende Nederlander op de fiets te filmen.
Ik bedank ze hartelijk voor de koffie en rol weer verder. Nu wil ik de finish bereiken ook! Een paar kilometer later schiet de weg de smalle kloof uit en vlakt de afdaling af. Het stopt met regenen en er breekt zelfs een zonnetje door. Boven de Sørfjord lijkt de hemel blauw. Het Sandvinvatn glijdt aan me voorbij en ik nader Odda. Links krijg ik nog een prachtig uitzicht over het Buerdal met de Buergletsjer. Nog een paar weken, dan zal ik weer op het blauwe ijs daar staan.

Het rijden door Odda voelt vreemd vertrouwd, bijna als thuiskomen, zelfs al staat Odda in de top 5 van lelijkste steden van Noorwegen. Gebogen over het stuur scheur ik over de maximum snelheid over de hoofdstraat naar beneden naar de kade. En daar ligt het water van Sørfjorden. Aan het water eet ik m'n laatste broodrestjes op: het beleg is op en ik hebnet niet genoeg geld over om het broodje worst te kopen dat mij verlekkerend aanstaart vanaf het reclamebord. Ik gebruik een kwartiertje om over het water en de bergen rondom te staren en het besef door te laten dringen dat ik hier weer minstens een maand of negen zal zijn: aan de fietsreis zal vandaag een einde komen.

Na een kort gesprekje met een Harding (iemand uit Hardanger) ben ik weer vertrouwd met het Hardangs dialekt en klaar voor de laatste 35 kilometer langs de fjord. Ik word verwacht, zo maak ik ook op uit een sms van Ellen Marie die ik Lofthus wacht: 'hoelang nog?' De tunnel naar Tyssedal is een kleine obstakel, de 1,5 kilometer lange zwarte buis voelt niet fijn. Maar met deze tunnel achter me, laat ik tevens de industrie achter me en kan ik genieten van het mooiste deel van de Sørfjord. Ik sta er versteld van hoeveel sneeuw er nog op de bergen ligt, de Folgefonn gletsjer is nog bedekt onder een witte laag, waardoor het blauwe ijs nog niet overal zichtbaar is.


De kersen zijn al wel rijp, zo getuigen de vele fruitkraampjes onderweg. Ook de appels en peren zijn al op de goede weg, ondanks de magere zomer. Met elke bocht, elke trap komt het einddoel nu in zicht. Hoeveel van dit soort bochten heb ik al gereden? Honderden, duizenden misschien. Bochten met uitzicht, bochten met vrachtwagens die niet uitkijken, bochten langs afgronden, bochten naar beneden, bochten omhoog, scherpe bochten die kramp in je handen en adrenalinegolven in je hele lijf teweeg brengen, flauwe bochten om een pauze te nemen en wat water te drinken, bochten die verbergen wat ik niet wil weten, bochten die nooit eindigen, bochten naar links, bochten naar rechts, bocht na bocht. Elke bocht vormt een poort naar een nieuw gebied waar je nog niet bent geweest. Zonder bochten zou een fietsvakantie geen fietsvakantie zijn, bochten maken het spannend. Rode draad van elke fietsvakantie en kenmerkend voor alle tochten en avonturen die ik de afgelopen jaren heb meegemaakt luidt: 'Wat zou er achter de volgende bocht liggen?'



En ondanks dat ik nu weet wat er achter de volgende bocht ligt, is de emotiegolf bij passeren van de laatste bocht er niet minder om: LOFTHUS!

Daar ligt het dorp dat me zo dierbaar is, daar is de finish, daar is de start van een heel nieuw jaar vol avonturen. Hoewel het in de bergen rotweer is, heb ik alsof gepland een blauwe lucht boven me, zon schijnt over grootste aaneengesloten fruitgaard van Noorwegen, over Hotel Ullensvang en over Hordatun, waar de Hardanger Folkehøgskule ligt. Klik, klik, klik, nog één keer klik ik terug naar het lichtste blad. Met tien procent klauter ik de laatste 75 hoogtemeters en de laatste haarspeldbocht omhoog. In een flits speel ik de film van de afgelopen twee maanden. Niet te bevatten waar ik allemaal ben geweest. Fjorden, bergen, rivieren, dalen, gletjsers, meren, sneeuw, zee, watervallen, kloven: het natuurschoon onderweg was ongelooflijk mooi. Maar het meest indrukwekkend waren wel de mensen die ik onderweg heb ontmoet en die deze reis onvergetelijk hebben gemaakt: zowel bekenden als onbekenden, Nederlanders als Noren. Hartverwarmend hoe ik overal met warmte ben ontvangen. Soms met een praatje, soms met een 3 gangen maaltijd. Soms voor de open haard op een boerderij, soms bij een warme kop thee in een caravan terwijl de regen op het dak klettert. Het lijkt zo simpel, even vragen hoe het met iemand is, waar iemand naar op weg is, iemand een kopje koffie met een Bastognekoek aanbieden. Maar het betekent ontzettend veel voor een eenzame reiziger. Als iedereen zo gastvrij, open en vriendelijk zou zijn tegen elkaar als men op vakantie voor mij is geweest, zou de wereld er heel anders uitzien...
Voor de poort van de school staat Ellen Marie met haar familie me op te wachten. Met tranen in m'n ogen leg ik de laatste meters af: ik ben er! Hoe verschrikkelijk fijn is het om niet alleen aan te komen, maar ontvangen te worden door een heus comité! Ellen Marie zal komend jaar net als ik schoolassistent op de school zijn en ze is nu, twee weken voor opening van het nieuwe schooljaar, al in Lofthus, op bezoek bij haar oma die hier in de straat woont. Na een finishfoto voor de ingang van de school word ik meegenomen naar het huis van de oma van Ellen Marie, waar ik een warme douche kan nemen en vervolgens moet aanschuiven voor een warme maaltijd - kippenpoten met rijst en salade - terwijl ik aan alle kanten door de familie wordt uitgehoord over m'n reis. Aan alle kanten zie ik schuddende en lachende gezichten. Ze hebben geen idee wat zo'n reis nu precies voorstelt en betekent, maar hebben wel respect voor die idiote Nederlander en willen alles weten. Hoe fijn het ook is om op deze manier ontvangen te worden, kijk ik ook erg uit om mezelf terug te trekken op Lofthus Camping, waar Daan en Jesper vanavond aankomen vanuit Oslo. Na een kopje koffie, bedank ik allen dan ook tien maal voor alle gastvrijheid en fiets naar de camping, waar de eigenaar, Dag Helleland, de sleutel al voor me klaar had liggen. Voor m'n vakantie heb ik hem gesproken in Lofthus en hij verwelkomt me met een handdruk en de vraag hoe ik het heb gehad. Het hutje is klein, maar fijn. Na het uitpakken van m'n spullen fiets ik nog een keer naar het dorp heen en weer om boodschappen te doen en begin met het bakken van de pannenkoeken die ik Jesper en Daan beloofd had. Ik ben pas halverwege als ik me bedenk dat ze al over vijf minuten aankomen! Met een lege kar scheur ik naar beneden, zodat ik hun rugzakken mee kan nemen, zodat ze die niet de steile weg omhoog hoeven te sjouwen. De bus is echter erg vroeg, want halverwege ontmoet ik de twee al op hun tocht omhoog door de fruitgaarden. Ontzettend vreem, maar vooral fijn om hen hier en nu te ontmoeten en om even lekker veel Nederlands te kunnen kletsen. Tot laat in de avond bakken en eten we pannenkoeken en praatten we elkaar bij over alle avonturen die we hebben ontmoet: ik op mijn integratietocht door de buik van Noorwegen, Daan en Jesper over hun bezoek aan Stockholm en Oslo van de laatste dagen. Het wordt nog een gezellige week hier in Lofthus!
TUSEN TAKK FOR TUREN!!!
|