|
Jotunheimen
Vågåmo - Gjendesheim
Ààààààh, eindelijk! Wat er vandaag ook gebeurt, deze nacht slaap pakken ze me niet meer af. Heerlijk om weer een goede nacht te hebben en niet wakker te worden met kramp in het één of ander. Zelfs het tikken op het tentdoek maakt me niet zoveel uit, ik heb er alle vertrouwen in dat het vandaag een mooie dag gaat worden. Ik spurt gauw naar het sanitairgebouw om de Franse jongeren voor te zijn, die tot m'n verbazing al vol energie rond hun tentenkamp banjeren. Het houdt inderdaad gauw op met druppelen en hoewel het boven Vågåmo nog grijs is, zie ik blauwe lucht boven de bergen: daar ga ik heen! m'n Noorse buurvrouw zet grote ogen op als ik m'n aanhangertje uit de tent rijd: 'Ben je op de fiets?'. als ik uitleg hoe ik ben gereden, kan ze het haast niet geloven.
'Sprekk, bare sprekk.'
Ik wens haar veel plezier met haar gezin op hun reis naar onder andere de Atlanterhavsvei, die voor m'n gevoel een halve aardbol en een eeuw hier vandaan ligt. M'n Deense buurman met z'n blauwe autootje en tentje die ik gisteren de hele dag niet heb gezien, zegt me ook nog even gedag. Hij gaat naar Berlijn - ?? jaja - maar zal vandaag dezelfde route rijden als ik.
'Ik zal nog wel naar je zwaaien', maak ik op uit zijn bijna niet te verstane Deens. Aparte kerel, maar goed, dat denken veel mensen ook van mij. Op naar de bergen! De dag rust heeft goed gedaan en met gemak zoef ik langs het meer waar Vågåmo en Lom aan liggen. Het water kleurt prachtig op in de doorgekomen zon en de bergen werpen hun spiegelbeeld in het water.

Zondag! Nadeel: gesloten winkels. Gróót voordeel: minder verkeer, maar vooral: vrijwel geen vrachtverkeer! Na vijf kilometer zie ik plots een zijweg zich aftakken van de 15 en recht zo die gaat de bergwand opknallen: weg 51. Ik kan gelijk terug naar het binnenblad en na één kilometer en ruim honderd hoogtemeters moet ik stoppen om m'n T-shirt uit te trekken. De vliegen komen met hordes op me af. Gefrustreerd om me heen slaan heeft de vorige keren niet geholpen, zo heb ik geleerd. Het zijn er ook teveel. 'If you can't beat them, join them', luidt een gezegde. Dus beeld ik me in dat ik een vlieg ben en over het asfalt zweef. Dat helpt! Met de muziek in de oren stamp ik met m'n wonderbaarlijke fitte benen in flink tempo omhoog. 500, 600, 700 meter hoogte met gemiddeld zo'n tien procent, het lijkt alsof het vals plat is. Onzin natuurlijk, want ik voel het best en rijd maar zo'n tien kilometer per uur, maar veel sneller dan gedacht bereik ik de 800 meter hoogte, waar de klim afvlakt.
'Knap hoor dat je hier durft te fietsen', zegt een vrouw die haar brievenbus leegt bij de inham waar ik even uitpuf, terwijl ze veilig afstand houdt van mijn odeur en vliegclub van 100.
'Vanaf hier is het vrijwel alleen maar vlak.'
Haha, ik ken dat soort opmerkingen. Maar inderdaad, een tijdlang gaat de weg door het bos enkel lichtjes op en neer en met de frisse wind erbij moet ik weer stoppen om m'n fietsshirt aan te trekken. 'Tuut, tuut, tuuuuuut', klinkt het en een klein blauw autootje met aan de linkerkant een uitstekende wild zwaaiende arm, scheurt voorbij. De gekke Deen van de camping! Het toeristisch verkeer neemt wat toe terwijl ik langs een bergmeer fiets en achterom kijkend nog een paar toppen kan zien waar ik vanaf de camping tegenop keek.

Na het meer is het weer wat klimmen geblazen, tot even boven de 900 meter. Direct daarna valt de weg omlaag en naar beneden flitsend kan ik nog net tussen de bomen door het groene dal zien waar de weg vanaf Sjoa - waar ik eergister langs reed - vandaan komt. Ik had deze bergweg meer als een bergweg voorgesteld, dus boven de boomgrens en veel rotsen, bergtoppen en wellicht wat sneeuwrestjes. In plaats daarvan ben ik weer afgedaald naar zo'n 750 meter en klim langzaam door een dal omhoog, met nog altijd veel bomen om me heen en wederom een prachtige bergrivier die wildkolkend z'n weg naar beneden baant.

Toch neemt het aantal bomen gestaag af en in de verte zie ik een hoop hoge bergtoppen en sneeuw. Het echte Jotunheimen! Langs de weg glimlachen twee liftende backpackers met omhoogestoken duimen naar me. Ik geef ze het aanbod achterop m'n kar te springen, maar daar gaan ze niet op in. Het is misschien een goedkope manier van reizen en je hoeft geen inspanning te leveren, maar geeft mij maar de fiets, dan kun je tenminste weg wanneer je dat zelf wilt. Zoals nu bijvoorbeeld, want achter me in het dal dwarrelen flinke regensluiers naar beneden. Voor me is het blauw en ik gooi er nog maar wat extra gas bij op. De benen werken gewillig mee vandaag en in rap tempo werk ik de laatste hoogtemeters tot boven de boomgrens uit, tot een bergmeer op zo'n 950 meter.


Ondanks dat het vandaag vrijwel alleen omhoog gaat, ligt m'n daggemiddelde hoger dan het overallgemiddelde en daar ben ik dik tevreden mee. Met de toppen rondom en sneeuw in zicht waan ik me pas echt in de bergen. hier groeien enkel wat kleinere boompjes en wat struikjes en daardoor heeft de wind vrij spel. Zoals het hoort blaast de wind recht in m'n gezicht, maar houdt daarmee ook de buien op afstand. Ik heb er lol in en lijk energie over te hebben. Langs het bergmeer koers ik pal tegen de striemende wind in met zo'n 25 kilometer per uur. De collega vakantiefietser voor me heb k vlot ingehaald en met bijna dubbele snelheid race ik hem voorbij, waarbij ik nog net z'n verbaasde blik kan opvangen en ikzelf een dikke grijns krijg. Al rond half twee heb ik de zestig kilometer naar de camping volbracht, zonder te stoppen. Ik betaal voor twee nachten, want morgen wil ik graag vanaf hier de schijnbaar spectaculaire wandeling over Besseggen maken. De camping staat in elk geval vol van buitenlandse toeristen waarvan velen gekleed gaan in wandelkleding. Er staat zelfs een Tsjechische bus met een aanhanger met minstens dertig fietsen. Ik zou zweren dat ik hen bij de Horningdalsrokken al eens ben tegengekomen! Volgens de krant wordt het morgen mooi weer en gedurende de dag blijft de luchtdruk gestaag stijgen, hetgeen gepaard gaat met een heftige koele wind. De camping ligt op duizend meter en tegen de avond is het al behoorlijk frisjes. Ik rust voornamelijk wat uit in de tent en pak alvast de rugzak voor morgen: broodpakketje, trui, jack, regenbroek, statief, camera, GPS en telefoon. het bootje dat me naar de andere kant van een bergmeer moet brengen morgen - daar begint de route - gaat al om 07.45u en vanaf de camping is het nog ruim twee kilometer lopen naar het bootje. Dat wordt vroeg opstaan! Wanneer ik naar het sanitairgebouwtje loop, passeer ik tot m'n verbazing een klein blauw autootje met een bekend groen tentje ernaast. De kampeerder is niet thuis maar ik weet wel wie het is: die gekke Deen! Zou ik 'm morgen ook nog tegenkomen? Haha. Rond negen uur loop ik nog een keer naar het sanitairgebouw om m'n tanden te poetsen en de gekke Deen stapt met een glimlach op me af.
'Je bent niet zover gekomen vandaag hè?' vraag ik hem.
Hij wijst naar de bergen, maar ik word niet wijs uit z'n gebrabbel. Het is er in elk geal koud geweest en nu is hij weer hier.
Ik kruip met de trui en broek aan in de slaapzak. Brrrr, dit gaat een koude nacht worden denk ik terwijl de zon achter een berg verswijnt, maar nog lang niet onder is en de ijskoude wind aan alle hoeken van m'n tent rukt.
|