|
Jotunheimen
Besseggen
Blauwe lucht, blauwe lucht, blauwe lucht, blauwe lucht lucht lucht. Feit dat het nog geen half zeven is en nog behoorlijk fris, maakt me in één klap niets meer uit. Eruit! Na twee bordjes muesli trek ik de wandelkleren en schoenen aan en stap fluitend met de rugzak om de camping af.
Gjendesheim, waar het bootje vertrekt, ligt op zo'n 2,5 kilometer van de camping. Hoewel ik ruim op tijd ben, passeren me toch al flink veel auto's. Aangezien de weg enkel naar Gjendesheim loopt, zullen ze allemaal het bootje pakken. Ik stap even wat harder door, want ik ben er niet zo vroeg uitgegaan om de boot te missen. Na wat bochten door het bos verschijnt het groene bergmeer temidden van imponerende steile bergwanden en ruige toppen in de verte. Op de kade is het al een drukte van belang van wandelaars en op het parkeerplaatsje wijzen stewards de aankomende auto's de vrije plekken.

Dit had ik niet verwacht. Ik sluit gauw aan in de rij voor het bootje naar Memurubu, die achter mij flink aangroeit. Ik heb mazzel en mag nog net aan boord. Op de kade staan inmiddels al zo'n honderd mensen, dit wordt nog een drukke dag! De bergen steken prachtig af tegen de compleet blauwe hemel en met flinke vaart scheurt het bootje over het ijskoude groene water, het is gewoonweg rillen om op het dek te staan.


Met m'n hoofd in m'n nek kijk ik naar alle bergwanden om me heen, hier en daar stort een waterval naar beneden. Daar ergens bovenop die rotsen zal ik straks lopen, maar waar? Na ruim twintig minuten komen we aan bij Memurubu, bestaande uit een toeristenhut naast een riviertje dat vanuit de bergen uitmondt in het meer. Ik wacht even tot het grootste gedeelte van de tientallen medepassagiers hun weg hebben gevonden en begin dan zelf aan de klim. 'Besseggen' staat er duidelijk op bordjes aangegeven en meteen klimt het paadje steil tegen de bergwand aan omhoog. Het bergmeer verdwijnt snel onder me en al gauw kan ik kilometers ver kijken waar het bergriviertje vandaan komt en verschijnen er talrijke ruige grijze en witte bergtoppen vanachter de rotswanden die vanaf de boot het uitzicht 'belemmerden'. Het is zweten geblazen en na tien minuten stop ik om m'n afritsbroek wat korter te maken. Ik verwonder me werkelijk over de prachtige omgeving. Het groene meer beneden me, de van knalgroen beneden tot grijs boven, met witte sneeuwplekjes gekleurde bergwanden. Ruige pieken, zie ik daar zelfs een gletsjer? Watervallen, stroompjes, het geheel maakt een sprookjesachtige indruk op me. Gauw weer verder, kijken wat er boven nog voor moois is te zien. 1100, 1200, 1300 meter, het pad gaat kaarsrecht omhoog. het zweet loopt van m'n voorhoofd, maar de benen zijn goed getraind en dragen me licht naar boven.



'Du vet det kanskje ikke, men du harer', zegt een puffende heftig zwetende man tgen me als ik hem voorbij loop.
Tenminste, ik denk dat hij 'harer' zegt, want ik weet niet wat het betekent. Een 'hare' is een haas, misschien ga ik te snel? In optocht zwoegen de toeristen, waarvan de meeste opvallend genoeg Noren zijn, naar boven. Op zo'n 1400 meter vlakt de klim af en is het hele meer zichtbaar. Een paar honderd meter naar het noorden torent een dikke 2000-er boven alles uit, met een gletsjer op haar flank. Hier en daar liggen ook nog wat restjes sneeuw langs de route, die prachtig worden weerkaatst door de vele poeltjes en meertjes. Alle vegatatie is weg en het is op en neer wandelen over de rotsen.




Eén van de poeltjes verdwijnt in een spleet, waar het als een waterval dwars door een paar brokken sneeuw stroomt en verder langs de rotsen honderden meters naar beneden klettert. Aan de horizon zie ik een meanderend riviertje dwars door een dal kronkelen, de diverse zijtakken komen in een meer bij elkaar, alvorens ook deze weer overloopt in het Gjendemeer, waarover de volgende lading wandelaars door het bootje wordt aangevoerd.
Langs het meanderende riviertje zie ik plots een dun lijnt lopen, verder en verder naar de horizon, hoger en hoger, tot het over een bergkam verdwijnt. Het is het vervolg van weg 51, die ik morgen zal fietsen.
Het hoogste punt ligt op 1389 meter en doet daarmee niet veel onder voor de Sognfjellsvei. Maar goed, die ligt dan ook aan de andere kant van dit Jotunheimen Nasjonalpark, dus dat is niet zo gek. Na een klim naar ruim 1500 meter, gaat het steil naar beneden, waarbij de route af en toe over sneeuwvelden leidt en het oppassen geblazen is om niet uit te glijden.
Ik klauter en glibber omlaag naar het mooiste en bekendste stukje van de route Memurubu-Gjendesheim: Besseggen. Links van me ligt, ingeklemd tussen twee bergen, een rimpelloos meer, waar de rotswanden en restjes sneeuw als een perfect evenbeeld in worden weerspiegeld. het meer loopt tot enkele meters van de afgrond waarin honderden meters lager het grone water ligt waarover ik ben gekomen. De route loopt over het spectaculaire stukje tussen het meertje en de afgrond. Een mens had een dergelijk schitterend decor zelf niet kunnen bedenken.




Direct na dit stukje ligt een gigantisch steile rotswand. Al klauterend met armen en benen omhoog heb je, als je voorzichtig achterom kijkt een fabuleus uitzicht over een groot deel van het Gjendemeer, tientallen bergtoppen op de achtergrond en de smalle rotspassage tussen de afgrond en het hoger gelegen meertje op de voorgrond. Ik ben een paar minuten in de weer met het statief om een actiefoto te maken van dit unieke stukje natuur. Ik verwacht na de ultrasteile rotswand op de top te staan, maar de bergkam blijkt nog veel verder door omhoog te lopen. Vanaf hier is het echter niet zo steil.
Nadat de volgende top ook de top niet blijkt, is het nog eens een flink stuk over gruis, rots en steen omhoog, totdat na bijna drie uur wandelen eindelijk de echte top daar is, gemarkeerd met de grootste steenhoop gemaakt door mensen die ik ooit in de bergen heb gezien.
Ik eet m'n laatste boterhammetje op en trek gelijk m'n jack aan, want het is behoorlijk fris hierboven. Ik ben blij dat ik niet uitgeslapen heb en de boot van tien uur heb genomen, want inmiddels zijn er een aantal wolken verschenen en heb ik de wandeling naar de top op het mooiste gedeelte van de dag mee kunnen maken. Inmiddels kan ik over de rand ver beneden de kai van Gjendesheim zien, waar ik vanmorgen de boot heb gepakt en het nu schittert van de tientallen geparkeerde auto's. In de verte ligt de camping aan de andere kant van de rivier die onder andere gevoed wordt door het Gjendemeer. De caravan die naast m'n tentje staat kan ik met moeite ontwaren, maar m'n eigen huisje kan ik helaas niet zien.


Ik ben blij dat ik eerst de boot heb genomen om vervolgens terug te wandelen in plaats van andersom, want deze kant waar ik nu afdaal is ondanks fraaie uitzichten een stuk saaier, omdat het alleen maar over gruis, steenvelden en puinwaaiers gaat. Ik ben dan ook blij als het wat verder naar beneden weer wat groener wordt.
Toch ligt ook hier nog een sneeuwveld. 'Hei', hoor ik plotseling. Naast de sneeuw zit op een grote steen niemand anders dan de gekke Deen! Hij laat een zucht vallen bij het horen van m'n vertrektijd vanmorgen, zelf is hij net vanaf de parkeerplaats omhoog gekomen.
'Maar ik ga niet helemaal naar Memurubu denk ik', verklaart hij zelf al.
'Heb je de weg gezien?', wijs ik naar het asfaltlijntje dat in de verte plotseling in het niets lijkt te verdwijnen.
'Ja, daar rijd ik morgen ook', zegt de Deen, 'maar ik ga door tot Oslo morgen.'
'O ja, je moest nog door naar Berlijn toch?'
'Hmmm, inderdaad.'
'Nou, fijne vakantie dan nog.'
'Ja bedankt, jij ook.'
Met een glimlach daal ik verder af naar beneden. Zou het nu dan echt de laatste keer zijn dat ik hem tegenkom? De laatste 2,5 kilometer over het asfalt terug naar de camping voel ik toch wel wat spierpijn. Al met al was het iets meer dan twintig kilometer vandaag. Een beste afstand, maar het was het dubbel en dwars waard, een werkelijk schitterende wandeltocht! Iets voor half drie plof ik neer voor de tent en eet in de warme zon de bixit-chocolade koekjes op die ik vergeten was mee te nemen. Om vier uur houd ik het niet meer en sjok met m'n pannetjes naar het keukentje om me de pasta goed te laten smaken, hoewel het na drie dagen wel genoeg is met deze smaak. na de afwas, een opruimbeurt in de tent - op 'rustdagen' wordt het om één of andere reden altijd chaos - en een nakijkbeurtje van de kar - er zit wat speling op de wielen waardoor ik de laatste dagen een irritante tik hoorde - plof ik uitgeput op m'n matje neer om wat uit te rusten. Via de hulplijn uit Nederland begrijp ik dat het bootje vanuit Bygdin - een alternatief voor de drukke E16 - morgenochtend om tien over tien vertrekt. Maar goed, das hier twintig kilometer vandaan, plus de klim naar bijna 1400 meter die ik vandaag in al haar glorie heb mogen aanschouwen. Pfff. 's Avonds belt Sindre ook nog op om één en ander kort te sluiten voor een paar dagen samen in Rjukan en even later belt hij nog een keer om te melden dat hij een huisje heeft gehuurd voor drie nachten. Plan is om een dagtocht te maken naar Gaustatopp op maar liefst 1883 meter en één dag te gebruiken om te 'strikkhoppe', maar daar later meer over. Eerst zien of ik genoeg moed bij elkaar krijg om dat écht te gaan doen, ik heb er vannacht al een nachtmerrie over gehad. Een geod gevulde rustdag met een hoop nieuwe indrukken en fantastische ervaringen. Kijken wat morgen gaat brengen en of het echt zoveel gaat regenen als ze voorspeld hebben. Zucht...
|