|
Fannrem - Kvikne
Mister Ed naast me draaft tot diep in de nacht rondjes en oefent af en toe vergeefs zijn spraakkwaliteiten. Dagdromend over broodjes paardenrookvlees met een eitje zak ik langzaam weg in een onrustige slaap, ook omdat ik de enige gast ben in dit afgelegen gehucht en paradoxaal genoeg daarom juist wat meer op m'n hoede ben. Om acht uur kan ik de onrust niet meer in bedwang houden: wil ik Kvikne halen vandaag, dan moet er nog veel gefietst worden. De beheerder komt naar me toe, zodat ik gelijk de sleutel in kan leveren.
'Hvor skal du?'
'Vandaag ga ik naar Kvikne, als ik dat haal.'
'Så du skal til Oslo?'
'Nee, daar kom ik juist vandaan.'
De man kijkt me verbaasd aan alsof ik een domme toerist ben die de weg niet weet. Of ik gewend ben te werken?
'Hvorfor spør du det?'
'Ik heb nog iemand nodig deze zomer, dan kun je hier blijven.'
Ik bedank de man met een glimlachen wens hem een fijne zomer. Na de steile afdaling - na vier keer heb ik dit weggetje wel gezien - draai ik weg 65 op die ironisch genoeg naar Kristiansund leidt. Gelukkig kan ik deze toch wel drukke weg na een paar kilometer verlaten voor de veel rustigere 700. De weg volgt de rivier en klimt gestaag door het brede Orkladal. Met een lekker windje en zonnetje klauter ik naar zo'n 250 meter hoogte, langs dorpjes met namen als Vormstad, Svorkmo en Løkken. Na een uitzicht over een groot deel van het dal, dat beneden voornamelijk plat is en groen van de graanvelden, enkel onderbroken door wat boerderijen en stallen, met in de verte de bergtoppen de Dovrefjell en de bossen op de bergflanken.

Hier voel ik me toch meer thuis dan aan de kust, hoe mooi het daar ook kan zijn. En hoewel ik weer afdaal naar 140 meter en zo een hoop hoogtemeters teniet doe, eindigt de afdaling tenminste hoger dan de klim begon en kan ik een paar minuten genieten van het door de wind zoeven met vijftig kilometer per uur, dan na alweer terug te moeten naar het lichtste verzet. De benen voelen ook een stuk beter dan de laatste dagen en op m'n gemakje rol ik door de tarwevelden. In tegenstelling tot de laatste dagen probeer ik m'n blik wat meer af te wenden van de fietsteller. Direct trekken twee grote oren die boven het maaiveld uitsteken, m'n aandacht. Dat is een grote haas! Nee, dat is wel een erg grote haas, véél te groot! Ik stop en voor een paar seconden kijken de eland en ik elkaar in verbazing aan. Bij het pakken van m'n camera neemt hij de benen en hobbelt door het veld terug naar het bos.


Met een grote glimlach fiets ik verder naar het zuiden. De teller staat al op bijna veertig en ik neem mezelf voor om minstens vijftig te fietsen, zodat ik op de helft ben naar Kvikne. En zelfs een tweede klimmetje naar 250 en een afdaling naar 200 neem ik met gemak. Bij het kerkje van Rennebu staat een bankje waar ik op m'n gemakje kan lunchen. Vanaf Rennebu is het maar een paar kilometer naar de E6, met een venijnig staartje van twee haarspeldbochten en zo'n 200 hoogtemeters. Vandaag lijken de benen echter over een onuitputtelijke bron van energie te beschikken en zonder al teveel moeite rijd ik er tegenop, de Orkla beneden in het hier smalle dal achterlatend.

Het is geen pretje om op de E6 tefietsen, zeker niet hier, waar de weg van links naar rechts slingert en de vrachtwagens, campers en het gewone verkeer in beide richtingen bijna in file achter elkaar rijden. Ik gooi er een extra versnelling tegenaan om de elf kilometer die ik moet overbruggen zo snel mogelijk af te leggen.Ik ben blij als ik bij het opdraaien van weg 3 de kolonne vrachtwagens voorbij kan laten gaan. 'Kvikne 27' staat er op het bord. Niet gedacht dat ik vandaag zo snel zo ver zou komen, en dat terwijl het gemiddelde niet zo hoog ligt. Fietsen is meer een mentaal gebeuren.
Geheel volgens de routebeschrijving van Jorid passeer ik een dam, gevolgd door de camping van Kvikne en stop ik bij de Joker buurtsuper/benzinestation. Na de voor mij grappige sms 'Ik sta voor Joker' aan Jorid, krijg ik het bericht twee kilometer door te fietsen. Na ruim 106 kilometer kom ik aan bij de boerderij van de familie Flaa, waar Jorid me aan de kant van de weg op staat te wachten.
Na de douche word ik gelijk aan de keukeltafel gezet om te eten.
'Je moet doen alsof je thuis bent', zegt Jorid me wel een paar keer terwijl ze me 'mijn' kamer laat zien.
Ik heb er naar uitgekeken hier te komen, iets wat ik maanden geleden al heb afgesproken, en een paar dagen uit te rusten. In hun krachtige 4x4 auto scheuren we over een onverhard pad de bergwand op naar een prachtige seter waar Jorid af en toe naar heen en weer jogd om te trainen of een nachtje blijft om lekker op zichzelf te zijn. Terug in Kvikne kletsen we nog wat aan de keukentafel, maar de vermoeidheid van de laatste dagen en de toch wel lange rit hierheen breken me wat op. Heerlijk om me neer te kunnen leggen op een zacht tweepersoonsbed met het gegeven dat ik morgen niet hoef te fietsen.
|