|
Kvikne
Daar was ik aan toe: uitslapen! Jorid moest er al om zes uur uit om in de stallen te werken, maar daar heb ik weinig van gehoord. Ik kijk op m'n klokje en constateer dat ik bijna twaalf uur heb geslapen. Heerlijk! De vader van Jorid moet naar de tandarts in Oppdal, bijna een uur rijden en wij gaan mee om wat door Oppdal te slenteren. Oppdal is niet zo groot en na een paar sportwinkels, ploffen Jorid en ik weer op een bankje in de zon met een doosje aardbeien. Vanuit het dorp gaat er een gondelbaan naar een uitzichtpunt, maar vreemd genoeg gaat die morgen pas open, dus rijden we maar weer terug naar Kvikne. Opa en oma wonen ook op het erf, in een knus bruin geschilderd houten huis met een plaggendak. Samen met hen genieten we aan de tuintafel van de zon, vanzelfsprekend met wat wafels, brunost en jam.


Na een potje voetbal constateren we dat het gras gemaaid moet worden en Jorid's pa tovert het maaitractortje tevoorschijn, waarop ik plaats moet nemen. Zo scheur ik een uurtje rond over de grasvelden, terwijl Jorid met de 'gewone' benzinmaaier de kantjes doet.

Om kwart over vijf moet er weer gewerkt worden in de stal en dus maken we alvast het eten klaar. Jorid snijdt de sla en ik maak de saus voor de lasagne. Meestal maakt Anette, Jorid's tweelingzus, het eten klaar en ze is blij dat ik het nu doe. Terwijl ze met haar pa de stallen in gaat, maak ik de lasagne af en dek de tafel, wat ze zeer waarderen. Bij aankomst is het altijd even wennen en aftasten bij wat soort mensen je tercht komt, maar ik voel me hier nu wel thuis. Terwijl de jongste, Signe, de afwas doet, hang ik wat voor de buis en zie hoe verschrikkelijk weer het al twee weken is in Zuid-Noorwegen, Denemarken en Groot-Brittannië. Ik zit hier precies ten noorden van een grote depressie en ontkom zo aan massa's regen en zelfs overstromingen die nu in het zuiden voorkomen.
'Zullen we ons omkleden?' vraagt Jorid me en een kwartiertje later zitten we in fietskleding op de fiets en zoeven in het avondzonnetje naar het 'centrum' van Kvikne, bestaande uit die ene Joker winkel en rijden aan de andere kant van de Orkla weer terug over een onverhard pad. De benen voelen fantastisch, maar ik ben blij dat ik ze een paar dagen rustkan geven. Na een eindsprint over het asfalt zijn we weer terug op de boerderij en nemen even een kijkje bij de koeien en kalfjes in de stal, waarvan de meesten al liggen te pitten.
'Wil je een biertje?' vraagt Jorids pa.
'Nou lekker.'
'Bovenin, rechts in de koelkast, pak zelf maar.'
Haha. In een luie stoel voor de televisie werk ik wat aan m'n verslag en kletsen we nog wat na. Ik ben blij dat ik vandaag niet op een camping sta, hoewel dat ook erg gezellig kan zijn. Als ik niet af en toe wat luitjes had bezocht onderweg, had ik volgens mij nooit zoveel in m'n eentje gefietst.
|