Imingen - Rjukan
Half negen is voor vandaag vroeg genoeg. Tot nu toe was ik vaak erg vroeg op de camping en een beetje meer slaap kan geen kwaad. En dat terwijl ik al tussen de tien en twaalf uur slaap per nacht. Ondanks de dreigende luchten kan de tent droog ingepakt worden. Met de regenkleding boven in de voortassen - voor het geval dat - draai ik de camping af. Oortjes in en de muziek flink hard, want het gaat weer omhoog, steil omhoog. Rechtuit klimt de weg tussen de zes en tien procent door het bos omhoog en na de eerste meters druppelt het zweet al van m'n voorhoofd. Het lukt me om de cadans vast te houden en de tweehonderd hoogtemeters naar de eerste haarspeldbocht zonder te stoppen af te leggen. Het Numedal ligt alweer ver onder me en in de verte kan ik de bergen zien waar ik gisteren vandaan ben gekomen.

Verder maar weer, op naar de boomgrens! Ook de volgende tweehonderd meter weet ik zonder stoppen te volbrengen en in de verte kan ik de Imingfjellstue al zien liggen. Op 1080 meter eindigt de klim bij, alweer, een dam en daarachter een gigantisch stuwmeer, omringd door enkele kale bergtoppen die wellicht nog net onder de Hardangervidda gerekend mogen worden. Langs het meer kan ik even op adem komen voor het stukje vals plat naar zo'n 1180 meter, waar tevens de fylkegrens tussen Buskerud en Telemark ligt.
Ik ben blij met de nieuwe provincie, want Buskerud heeft me in vergelijking met de andere delen van de route, weinig spectaculairs geboden en voornamelijk - en dat zal wel het meest bepalend zijn - regen en kou. Al gauw gaat de weg naar beneden. Plotseling maakt de weg een scherpe bocht en sta ik op de rand van een diep dal, het Tessungdal.

Steile bergwanden rijzen zich 500 tot 1000 meter boven het smalle, groene dal uit. Langzaam komt een collegafietser omhoog gezwoegd. Ik steek m'n duim naar hem op terwijl ik hem voorbij zoef. De weg gaat hier vrijwel recht naar beneden en er is geen verkeer. Tegen de zeventig kilometer per uur zoef ik twee verbaasd kijkende fietsers voorbij om daarna flink in de ankers te moeten voor een tweetal haarspeldbochten. Ik ben al zo'n 500 hoogtemeters kwijt en fiets licht trappend vals plat naar beneden langs een colakleurige bergrivier. Bij één van de vele stroomversnellingen stop ik om te lunchen, waarbij ik m'n jack maar weer aantrek. Het waait flink en warm kan ik het niet noemen, maar zolang het niet regent, hoor je mij niet klagen.



De rest van het dal kan ik heerlijk ontspannen meetrappen. Zo laag ben ik sinds Gol niet meer geweest: het Tinnsjø meer waar het Tessungdal eindigt, ligt op zo'n tweehonderd meter. Dankzij de grote hoogteverschillen heeft het meer veel weg van een fjord. De weg volgt de waterkant en zo 'moet' ik een hele baai, waarin het dorpje Atrå ligt, aan beide kanten affietsen. Het doet me denken aan de inham (vik) van de Hardangerfjord bij Kinsarvik.

Ik voel een licht gevoel van spanning en euforie nu ik weer een bergpas heb genomen en slechts vier dagen en drie bergpassen fietsen verwijderd ben van Lofthus. Overmorgen vertrekken Daan en Jesper al naar Stockholm en volgende week donderdag zie ik ze al in Lofthus. Maar eerst neem ik zelf nog een paar dagen 'vakantie' - Patrick en de Belgen in Geilo keken me nogal raar aan toen ik die term gebruikte voor m'n vijfdaagse pauze in Kvikne - in Rjukan. Bij Mæl laat ik de Tinnsjø achter me en schuif het ongelooflijk smalle dal in waarin ook Rjukan ligt. Het dal is hier slechts een paar honderd meter breed en aan beide kanten gaat het enorm de hoogte in. Recht voor me is het nog hoger. Als een enorme reus torent de Gaustatop boven het nietige dal uit. Het hoogteverschil van bijna 1700 meter is imponerend.

Vandaag hoef ik in elk geval niet meer te klimmen, want zo'n acht kilometer voor Rjukan ligt de camping waar Sindre van vrijdag tot en met zondag een hutje heeft gehuurd. Tot die tijd (het is nu dinsdag) zal ik er m'n tentje opslaan. Op het ruime veld is nog plek zat ondanks de vele en hoofdzakelijk Nederlandse toeristen. Het sanitairgebouw ziet er netjes uit, iets té netjes. Een muntenkastje bij de electrische plaatjes heb ik nog nooit gezien, evenals eentje bij de magnetron. Feit dat de lampen bij de toiletten en douches automatisch aangaan bij het binnenlopen, vind ik ronduit eng. Ik weet dat de eigenaren Nederlands zijn en dit is typisch Nederlands. Ik vind het hier veel te netjes en vraag me af wat me straks bij het inchecken te wachten staat. De douches werken alleen op speciale muntjes en daar de receptie nog niet open is, koop ik een muntje van een behulpzame buurman zodat ik alsnog kan douchen. Een half uur na openingstijd sjok ik maar eens naar de receptie waar volop Nederlands geklept wordt. Zucht, wil ik dit wel? Waarom heb ik niet een lekker rustig campinkje opgezocht met een lekkende kraan, een paar Noren, een leuk praatje en een fijn prijsje? Maar het is de enige camping in de buurt. Een overvriendelijke stagiair uit Nederland staat me te woord.
'Een tentje en auto?' vraagt hij met een glimlach.
'Nee, ik heb geen auto', antwoord ik.
'Ok, alleen een tentje dus', zegt de jongen en begint m'n adresgegevens in de computer te kloppen.
Wantrouwend vraagt de eigenaresse me quasi - maar dus geheel niet - geïnteresseerd: 'Ben je soms komen lopen?'
'Nee, ik ben op de fiets.'
'Aah, een fiets dus', zegt ze en tikt de jongen aan dat hij 45 kroon extra per nacht moet rekenen.
Zonder me verder wat te zeggen of zelfs aan te kijken loopt ze weg. Belachelijk! Een op en top Nederlandse profiteer-mentaliteit. Waarom kunnen die niet lekker in Nederland blijven? Het bedrag interesseert me niet - of eigenlijk ook wel, want voor drie nachten is het 135 kroon ofwel zo'n 17 euro toeslag - maar het gaat vooral om het principe. Een fiets, die totaal geen ruimte inneemt. Nadat ik voor mezelf (ook niet inclusief de prijs), voor de tent en voor de fiets apart heb afgerekend, loop ik na een 'een fijne dag gewenst meneer' van de stagiair met een chagrijnig gezicht de deur uit. Bah! Bij m'n vriendelijke Nederlandse buren kan ik even lekker klagen met een aangeboden kopje koffie. Ze hebben een rondje Hardangervidda gedaan en hebben zelfs op de camping in Lofthus gestaan en ook nog een wandeling naar Nosi gemaakt. Het geeft me nog meer heimwee naar Hardanger. Maar de komende dagen worden zeker ook nog mooi. Vanaf hier kan ik mooi zonder bagage de tauban (kabelbaan) naar 900 meter maken en de fietsroute via Kalhovd over de Hardangervidda rijden. En nu Gaustatoppen prachtig goudgeel oplicht in de avondzon, krijg ik erg veel zin om hem samen met Sindre te beklimmen, die vrijdag dus komt en nog een keer belt om te vertellen hoeveel zin hij erin heeft. En goed, wellicht dus ook nog 'strikkhopping', als ik dat durf. 's Avonds belt ook Jesper nog een keer om een paar dingetjes door te nemen voor het weekje Lofthus en tweedaags tripje naar Bergen. Er staan nog een hoop spannende en leuke dingen te wachten in weinig tijd!
