Rondane
Kvikne - Alvdal

Oooh, ik wil blijven liggen! Eén blik door het raam naar buiten doet mijn laatste hoop wegsmelten als sneeuw voor de zon: de lucht zit pot- en potdicht en de regen dwarrelt gestaag naar beneden. Met tegenzin kruip ik m'n bed uit om me aan te kleden en de tien plastic zakken met schoongewassen kleren en andere dingen naar de schuur te slepen waar de Tank bijna vijf dagen beschut tegen weer en wind heeft mogen rusten. Jorid spoort me aan een extra boterham te eten en een matpakke te smeren. Wanneer ik gehezen in m'n fietskleding met de laatste spullen van m'n kamer naar beneden loop, heeft vier oorsetjes uitgestald, zodat ik kan kiezen welke ik mee wil nemen voor m'n tot nu toe ongebruikte mp3-speler. Het nieuwe Bergansjack kan ik nu goed gebruiken en met de regenbroek en overschoenen aan moet ik even slikken voor ik de regen instap. Ik bedank Jorid vier keer en na een knuffel stap ik dan toch maar op de fiets. Ik heb het de laatste dagen heel erg naar m'n zin gehad, misschien wel iets té. Bovendien wacht me een periode van twee weken waarin ik geen bekenden zal tegenkomen plus een regenperiode van vier dagen. Ach, het zijn allemaal luxeproblemen natuurlijk, maar ik denk dat het gemis van Jorid het grootst is, want als ik eenmaal met de muziek in de oren fiets, zie hoe de druppels van m'n jack afketsen en voel hoe fantastisch de benen voelen, dan heb ik geen weerzin tegen het fietsen zelf. Een aantal dagen geleden riep ik gefrustreerd 'nooit meer fietsvakantie!', maar ik denk dat dat vooral met het feit te maken had dat ik kapot was en toe aan een paar rustdagen. Toen ik van huis vertrok, woog ik 73 kilo. Afgelopen donderdag bij aankomst in Kvikne was dat nog maar 68 kilo. Vanmorgen woog ik weer twee kilo meer en ik voel dat ik veel meer energie heb. De vraag die dus overblijft is: kan ik genieten van een fietsvakantie in m'n eentje? Ik ben blij dat ik eindelijk muziek kan luisteren, zodat ik m'n gedachten een beetje verdringen. In het spoor van de wervelende water/windhozen van de voorbijjagende vrachtwagens trap ik verrassend licht en hard de kilometers en hoogtemeters weg.

Zonder kleinste blad overbrug ik binnen twee uur veertig kilometer en tweehonderd meter hoogteverschil. Na een harde afdaling over het gladde, natte asfalt ben ik terecht gekomen in het stroomgebied van de Glomma. In de kloof naast en beneden me raast één van de zijriviertjes door spleten en over de rotsen. In de stromende regen stop ik op het ondergelopen zompige moddererf van de familie Fossen. Een verbaasde moeder komt naar buiten en kijkt me aan alsof ik van Mars kom en net geland ben in m'n vliegende schotel op wielen en met aanhangertje.
'Is Nina thuis?' vraag ik maar beleefd. Ik was niet van plan hier vannacht te blijven, maar het leek me gezellig om Nina als schoolgenootje even gedag te zeggen. Nina blijkt helaas niet thuis te zijn.
'Ben je er één van Hardanger Folkehøgskule?' vraagt de vrouw.
'Ja, dat klopt', antwoord ik.
'Oooh, ben je soms die Nederlander?'
Dat lijkt blijkbaar een hoop te verklaren, want het gezicht van de vrouw springt plotseling op vrolijk. Nina gaat morgen naar het Zuiden, zoals ze dat hier zo mooi zeggen, maar anders had ik zeker mogen blijven en moeten overnachten. Ik moet zeker een keer terugkomen in de winter, want dan is het hier zo mooi. Ndat de vrouw ook nog eens Nina heeft gebeld en ik met haar kan afspreken om elkaar even in Tynset te zien waar ze nu is, kan ik pas gedag zeggen en in de werkelijk stromende regen de tien kilometer lichtjes afdalend naar Tynset afleggen. Hier mondt het dal uit in het bredere dal van de Glomma, het 'echte' Østerdal. De wolken krijgen ook meer ruimteen bij het inrijden van het dorp stopt het met regenen. Het grootste winkelcentrum heeft een overdekt gedeelte met picknicktafels, waar ik de sneetjes eigen gebakken brood (door Anette danwel) op kan peuzelen. Tot m'n grote verbazing heb ik al ruim vijftig kilometer afgelegd, zonder enige noemenswaardige inspanning. Na een kwartiertje komt Nina aangelopen. Ze gaat morgen op vakantie naar Kreta en moet nog een hoop voorbereiden, maar neemt toch de tijd om gezellig een kwartiertje bij te kletsen, wat ik erg leuk vind. Nadat we elkaar een fijne vakantie hebben gewenst, hobbel ik de supermarkt in voor wat boodschapjes. Met 'je suis desolé' in de oren draai ik de weg weer op en suis voor m'n gevoel de Glomma af.


Het lijkt droog te blijven en met de ongelooflijke vaart van 22 á 23 kilometer per uur (ik heb 35 kilo bagage hè) rol ik vrolijk voort, genietend van het fietsen, maar met een knagend gevoel van eenzaamheid. Om vier uur staat de Tank al op een kleine camping naast een zijriviertje van de Glomma, even buiten Alvdal, en dat terwijl ik pas omelf uur vertrok en bijna tachtig kilometer heb afgelegd. Ik besteed de middag aan de picknicktafel waarnaast ik de tent heb opgezet, met het luisteren naar muziek en bijwerken van m'n verslag. Tegen de avond begint het echter flink te regenen en word ik de tent ingedreven, alwaar ik kan genieten van het meest fantastische geluid ter wereld. AHUM! Na nog een sms heen en weer met Jorid, krijg ik nog een telefoontje uit Nederland, waar ik erg blij mee ben. De rust keert weer wat terug en hoewel ik het liefst alles zou inpakken en de rest van de vakantie in Kvikne zou willen doorbrengen, weet ik dat ik met één á twee dagen wel weer in het ritme zit. Enige is hopen op beter weer, zodat ik niet nogeen prachtige wandeling (komende zondag wil ik de befaamde Beseggen beklimmen) hoef af te gelasten.