|
Rondane
Alvdal - Enden
Au, dat is weer even wennen om op dat matje te slapen. Het heeft een groot deel van de nacht geregend en ergens kan ik me er vreemd genoeg op verheugen in m'n nieuwe jack en zonder vliegen door de regen te rijden. Maar je hoort mij niet klagen over de stukjes blauwe lucht. Op m'n gemakje pak ik in en tegen tien uur rijd ik in doorbrekend zonnetje weg 29 op, waar redelijk verkeer rijdt. De weg volgt de Folla rivier de bergen in en al gauw moeten er wat hoogtemeters gemaakt worden. De benen voelen echter super en ik pareer ze zonder al teveel moeite. Achter me vang ik nog een laatste glimp op van het Østerdal met haar groen witte toppen.



Voor me liggen uitgestrekte naaldbossen. Op zo'n zevenhonderd meter loopt de weg min of meer vlak en verschijnen aandehorizon de scherpe pieken van het Rondane gebergte. Hoewel eenaantal toppen rond de tweeduizend meter liggen, zie ik verbazend weinig sneeuw. Langzaam komen de toppen dichterbij. Het riviertje wordt kleiner en kleiner en begint te slingeren door het relatieve vlakke en brede dal. De weg verheft zich iets boven het dal uit, zodat ik een prachtig uitzicht heb over het riviertje en de graslanden erlangs, waarin enkele boerderijen liggen, de naaldbossen tegen de berghellingen, het dorpje Folldal in de verte en daarachter scherpe bergtoppen, waarboven zich grijze luchten samenpakken. Het is net alsof de weergoden het niet eens kunnen worden wat voor weer het moet worden, want dreigende luchten en een aangenaam doorbrekendzonnetje wisselen elkaar af. Na Folldal sla ik af naar de 27, die een stuk rustiger is. Tijdens het eerste klimmetje waarvoor ik terug moet naar het eerste blad, komen er zowaar twee vakantiefietsers naar beneden zeilen. Sowieso lijkt dit een wat sportiever gebied, want de weinige auto's die voorbij komen, hebben fietsen of kano's bij zich. Sommige auto's moedigen me aan en dat is me niet veel vaker overkomen in Noorwegen. Gisteren waren de mensen ookal zo enthousiast, maar volgensmij kwam dat vanwege m'n Noorse jack. Of zou het aan de Tour de France liggen?



De weg slingert wat op en neer en heen en weer door de naaldbossen en hier en daar wat kleine meertjes waar dan vaak een fraaie blokhut aan gebouwd is, niet zelden met een fier wapperende Noorse vlag. Van tid tot tijd wijkt het bos, zodat ik prachtig kan uitkijken op de bergen. Stom dat het vandaag toch zulk mooi weer is, hadden we net zo goed die tocht naar Snøhetta kunnen maken. Het kriebelt me een beetje. Ik hebnog een paar dagen over. Zal ik anders de route nog iets omleggen, zodat ik Tove Johanne nog een keer zie en alsnog Galdhøppigen kan beklimmen? Lijkt me fantastisch om de hoogste berg van Noorwegen te kunnen beklimmen. De macht zit in de benen en met de top2000 in de oren geniet ik volop, misschien juist wel meer dan zonder muziek, van de prachtige omgeving waardoor ik rijd, vooral ook omdat hier echt vrijwel niemand woont en het verkeer nihil is. Het lijkt een beetje als een verscholen parel.

Inmiddels heb ik ruim drie en een half uur vrijwel zonder stoppen gereden. Tijd dus voor de lunch, hoewel ik de muesli, hoe kostenbesparend ook, niet echt meer te bikken vind. Maar zolang ik macht in de benen heb, levert me dat alleen maar meer financiële voordeel op, want na één bordje stap ik alweer op de fiets. De weg verlaat het stroompje en verheft zichdoor het bos, waar een uitzichtpunt is gemaakt. Met recht, want vanuit deze hoek komen de bergennog meer tot hun recht, met een meer in het groene dal op de voorgrond. Het schaduwspel van de afwisselende donkere wolken en blauwe stukjes lucht geven het geheel een nog meer idyllische sfeer.


Ik weet dat ik bij het gehucht Enden moet afslaan. De weg verheft zich daar zo'n driehonderd meter de Ringebufjell op richting, jawel, Ringebu in Gudbrandsdalen. Op m'n kaart staat een camping aangegeven, maar niet duidelijk is waar die ligt. Omdat ik met bijna negentig kilometer in de benen niet nog die hoogtemeters wil maken, met het risico dat ik bij gebrek aan camping nog eens de hele bergpas van veertig kilomter naar Ringebu moet afleggen, stop ik zeshonderd meter voor de afslag, als er zich nog steeds geen camping heeft gemeld, bij een wegrestaurant/hotel die ook huisjes verhuurt. Een huisje huren laat het budget niet toe, maar de zakelijke maar vriendelijke vrouw - aan het dialekt te horen Zweeds - vindt het geen probleem om bij uitzondering en voor honderd kroon een tentje toe te laten, op een verrassend mooi stukje gras langs het stroompje. En daarbij krijg ik ook nog eens de sleutel van huisje één, zodat ik me kan douchen. Dat betekent dus zolang ik wil, want in huisjes vind je gelukkig nog geen muntautomaatjes. Na een opfrisbeurt in het prachtig ingereichte huisje, gebruik ik de rest van de middag en avond om lekker uit te rusten, zowaar weer eens een lesje Noors te doen en over de kaart te hangen. En na een smsje krijg ik Tove Johanne zover dat ze zaterdag met me mee wil naar Galdhøppigen. Als het mooi weer is!

|