|
Gudbrandsdalen
Enden - Kvam
Als ik op m'n buik lig, krijg ik last van m'n kaak en knieschijven, op m'n zij van m'n schouders en ribben en op m'n rug kan ik de slaap niet vatten. Waarom kunnen goedkope en eenvoudige dingen nou niet comfortabel zijn? De aardige beheerdster opent de deur van het gastenverblijf/restaurant, zodat ik gebruik kan maken van het toilet om m'n tanden te poetsen en m'n fietskloffie aan te trekken. Terugin de tent begint het weer te tikken en vijf minuten later regent het heftig. Wat dat betreft ben ik superblij met m'n tentje: goed waterdicht - geen gezeik met tentdoek aanraken - en flinke ruimte, zodat ik de kar en tassen in de tent kan inpakken. Om de binnentent niet nat telaten worden, haal ik 'm los van de buitentent - iets wat ik nog nooit heb gedaan en pak hem mooi droog in. Met de regenkleding aan waag ik de gok naar buiten. In de rivier was ik gauw de afwas van gisteren af en met drie minuten is ook de buitentent afgebroken en ingepakt. Ik zeg de beheerdster nog even gedag bij het watertappen en doe daarna de oortjes in voor de klim van 250 hoogtemeters waarvan ik weet dat 'ie één kilometer verder op me ligt te wachten. Groot is m'n verbazing als bij de afslag naar Ringebu, zo'n driehonderd meter van Enden Gjestegård, tevens een bordje staat: 'camping 0,7 km'. What the ....?! Had ze dat gisteren niet kunnen zeggen!? Hoewel de ene na de andere dreigende lucht overkomt, valt er geen druppel en de twaalf procent door het bos doet me het zweet aan alle kanten uitbreken.

Vlak voordat de klim afzwakt, komter zowaar een vakantiefietser naar beneden zeilen - in lange broek, regenjack en handschoenen - die mij in m'n korte broek en enkel zweethempje watraar aankijkt. Op zo'n negenhonderdmeter vlakt de klim af en laat ik tevens de boomgrens achter me. Vóór me strekt een glooiende groene vlakte zich uit, licht glooiend, hier en daar een klein meertje en van tijd tot tijd een grijs/zwarte bergtop, waarvan enkele zich nog eens zo'n vierhonderd meter boven de vlakte uittorenen.


In het luchtruim van de Ringebufjell speelt zich een oorlog af. Grote witte aambeelden, zwarte regenwolken en neerslagsluiers worden door de wind over de vlakte gejaagd. De weg duikt slingerend tussen twee bergtoppen door, precies dezelfde route die een fikse regenbui ook in gedachten had. Met de capuchon op duik ik de witte muur in, dikke regendruppels slaan me om de oren. In de verte rollen twee zwarte stipjes over de weg in mijn richting. ze hebben dezelfde houdingals ik: samengeknepen ogen, mondhoeken op standje 'Boogerd' en opgetrokken schouders. We steken de hand op naar elkaar en proberen elk in onze eigen richting zo snel mogelijk deze passage uit te komen. Na een fel klimmetje naar zo'n 1060 meter passeer ik de fylkegrens met Oppland. Nu ben ik echt op de vlakte en even mijmer ik weg naar Schotland, waar ook geen boom groeit en het wolkenspel de sfeerbepaler was. In grote bogen beweegt het asfalt zich als een slang door het landschap. Achter me en links van me dwarrelen grote grijze slierten naar beneden. Voor me in de verte liggen een paar flinke bergen, de toppen gehuld in de wolken, Jotunheimen misschien? Tussen die bergen en mij ligt het Gudbrandsdal, waarschijnlijk Noorwegens dichtsbevolkte en meest bereden dal. Vanaf deze hoogte merk ik daar niets van.





Op een parkeerplaats sla ikde schier eindeloze groene toendra gaarde. een groepje schapen staart me aan en de grootste van het stel durft het aan om aan m'n aanhanger te snuffelen. Weinig interessant blijkbaar, want het hele groepje keert me de kont toe en huppelt zes breed over het asfalt weg. Na een geleidelijke afdaling naar iets onder de negenhonderd meter, moet ik toch nog een keer klimmen naar duizend meter. Hoewel vrijwel de gehele hemel bewolkt is, zit er preciesboven mij een gaatje waardoor ik de twijfelachtige eer heb in het zonnetje naar boven te zweten. Steeds meer verdenk ik mezelf ervan liefhebben te worden van fietsen in de regen, of in elk geval onder een bewolkte hemel. Minder zweten, geen vliegen en zelfs de natuur is veel mooier met een aantal dramatische wolken dan met enkel blauwe lucht. De aanwezigheid van de elementen, het contrast en het dynamische maken de belevenis veel intenser. Maar ik besef al te goed dat deze opmerking mij nog eens duur komt te staan. De afdaling het Gudbrandsdal in is spectaculair te noemen. Ruime bochten, weinig verkeer, flitst het met zestig kilometer per uur door het bos, met af en toe doorkijkjes en uitzichten op het dal.


Na bijna achthonderd meter afdalen rol ik Ringebu binnen. Eerst eens naar de supermarkt en wat lunchen. Aan de muesli op het bankje op de parkeerplaats kom ik achter de gruwelijke, maar voor elke fietsvakantie onvermijdelijke waarheid: de fietsteller is overleden! Neeeee! Het lijkt erop dat het in tegenstelling tot de vorige vier keren geen defect betreft, maar enkel een lege batterij. Maar goed, het zal wel weer even duren voor ik een nieuwe heb gevonden. Dankzij een goed geheugen en de GPS weet ik de heilige totaalstand te berekenen. Binnenkort fietst de Tank namelijk door de 25.000 kilometer en dat wil ik niet missen. Aan de westkant van de Mjøsa loopt een alternatieve weg voor de drukke E6. Alternatief wil zeggen: op en neer en onverhard. Nu de accu van de mp3-speler na drie dagen van intensief gebruik leeg is, begint het Grote Mopperen weer: wat is het hier steil, waarom zitten er zoveel kuilen in de weg, hoepel op (tegen een nieuwe luchtaanval van vliegen en muggen). Wat ben ik toch een mopperkont! Wel lijkt het alsof emoties bij het alleen fietsen veel heftiger zijn: enorme euforie bij het behalen van een top, maar ook enorme chagrijnigheid bijj kleine tegenslagen. Met z'n tweeën kun je elkaar wat meer in toom houden denk ik. Maar de weg wordt verhard en vlakker en zo kan ik zelfs van het zonnetje genieten van de uitzichten over het dal en de prachtig groen/blauwe Mjøsa. Even na Vinstra zie ik plots een brug over de rivier en een kleincampinkje aan de andere kant. Het is nog maar vijftig kilometer naar Vågåmo waar ik morgen heen wil en de benen vinden het wel genoeg na 240 kilometer in drie dagen. Het is een grappige camping, met een keurig gemaaid grasveldje waarop slechts enkele gasten staan, een voormalige keet die is omgebouwdtot douche-gebouwtje en een houten tuinhuisje waar je kunt afwassen. Primitief, maar goed onderhouden en overal handgeschreven bordjes met instructies. De rest van de middag luier ik lekker in de plots overdadig aanwezige zon. Op het weer is totaal geen peil te trekken, zo zijn m'n Noorse buren, die vragen waar in Noorwegenik vandaan kom, het met me eens. Mooie afsluiter van de dag is als ik naar de infokeet loop om de beheerder te betalen. Behalve een leuk prijsje van 75 kroon, vult hij mijn naam ook nog eens in als 'Apån', met een dikke N bij nationaliteit. Ik geloof dat dit inburgeringsprojekt vruchten begint af te werpen!

|