|
Gudbrandsdalen
Kvam - Vågåmo
Wij gaan elkaar niet aardig vinden, mijn matje en ik. Met stijve nek en schouders rits ik de tent open. zon en blauwe lucht. het oudere echtpaar zit nog net zo voor de caravan als toen ik ze gisteravond goedenacht zei.
'Ongelooflijk hè?'
Dat is het zeker. het is maar vijftig kilometer naar Vågåmo en ik kan het rustig aan doen. Toch zit ik tot m'n verbazing al om even na tienen op de fiets. Nieuw cd'tje op en gassen maar! Het is heerlijk rustig rijden aan deze kant van de rivier, ondanks dat het licht p en neer gaat. het brede Gudbrandsdal zoals ik deze gisteren bij Ringebu infietste, is hier plots een stuk smaller. De boerderijen en het grasland maken plaats voor naaldbossen en met de wildkolkende melkachtige groene (ik weet nog steeds geen juiste naam voor de kleur) rivier die zich met soms spectaculaire stroomversnellingen door het bos en over rotsformaties stort, doet de omgeving plots een stuk ongerepter aan.


De weinige auto's die me voorbij rijden zijn afgeladen met kajaks en op een stukje gras aan de waterkant vind ik zelfs een heel brits tentenkamp van scouts, zo lijkt het wel. Nabij Sjoa steek ik de zijrivier met dezelfde naam over, die zich onder donderend geweld door een canyon, zo lijkt het haast wel, het Gudbrandsdal instort. Er bevinden zich hier een aantal camings en zelfs een heus kajak-center. Lijkt me ontzettend gaaf zoiets ooit nog eens te doen. Ik kijk eens achterom naar het traject achter me. Wat is dat? Ongeveer tien kilometer ter zuiden van mij kijkt een grote machtige donkergrijze donderkop op mij neer en stort vele zwarte sluiers uit over het dal. Ik rijd nog lekker in het zonnetje, maar de bui komt gestaag mijn kant uit. Niet goed!

Een tandje erbij dus maar. Tot m'n verbazing blijf ik de forse regenbui nog voor ook. Het zwarte monster blijft steken in de vernauwing van het dal en koelt z'n woede af op het gebied waar de camping zo ongeveer moet liggen. Bij Otta laat ik het Gudbrandsdal achter me en sla af naar Vågåmo. Hoewel weg 15 een stuk rustiger is dan de E6, kies ik er ook hier voor aan de andere kant van de rivier te blijven, om verkeer te ontlopen en meer van de omgeving te genieten. Na een paar kilometer wordt de weg onverhard en gaat het wat meer op en neer. Het is echter prachtig rijden door de naaldbossen, de kolkende rivier raast me, hoge bergtoppen in de verte. Je zou haast niet zeggen dat ik hier niet in Noorwegen ben, eerder Canada of.... hè, wacht even. Ben ik hier niet eerder geweest? Verrek, ik heb al eens langs deze stroom gefietst, alleen dan wat verder. Lom ligt namelijk maar zo'n vijftig kilometr voor me uit, waar ik drie weken geleden - zo kort nog maar? - rollend vanaf de Sognefjellsvei afsloeg richting Skjåk en de Gamle Strynefjellsvei. Inmiddels komt ook Vågåmo snel dichterbij. Deze weg loopt me tever van de rivier af en om wat hoogtemeters te ontlopen, steek ik de brug over naar weg 15, waar de Nederlandse toeristen in stroom achter elkaar aanrijden. Langs een meer rijd ik heerlijk in het zonnetje. Valse schijn, want zowel in de 'Sahara' ver voor me als in het Gudbrandsdal regent het flink. Misschien dat de stevige tegwind waardoor ik de laatste drie kilometer worstel, daarvoor gezorgd heeft.

Vågåmo is een redelijk dorp voor Noorse begrippen. Volgens de GPS moet de camping na het dorp aan de andere kant van de brug liggen. Er is echter vaak iets met van tevoren opgezochte campings. Of ze bestaan niet (meer), zijn niet om aan te zien of - zoals in dit geval - zijn het alleen hytter. Bij de benzinepomp tweehonderd meter terug zag ik echter ook een camping. Misschien zegt het feit dat de shellpomp tevens de receptie is genoeg, maar de camping zelf ziet er in elk geval niet erg uitnodigend it. Wat slecht onderhouden huisjes, een ongemaaid grasveld met rondzwervende aanhangers en een bouwvallig sanitairgebouw. Veel keus heb ik niet, want de volgende camping ligt óf in de bergen óf in Lom, dertig kilometer verderop. En ik wilde het vandaag juist rustig aan doen in verband met de wandeling naar Galdhøppigen morgen, waarvoor ik Tove Johanne zover kreeg om me op te komen halen. Bij de supermarkt doe ik alvast boodschappen voor die tocht, plus eten voor de komende dagen als ik de bergen intrek. Vanavond geen havregrøt, maar fiskegrateng met sla! De fellesrom/tv-stue ziet er goed uit, zodat ik weer eens aan een tafel m'n eten kan oppeuzelen. Het is nog vroeg op de dag en als ik tot m'n vreugde een tv ontdek kan ik tot m'n nog grotere vreugde de finish van de Tour etappe van vandaag nog zien. Het aansluitende nieuws en het weer maken me skeptisch: Lom ligt precies op de rand van redelijk weer en slecht weer morgen. De bevestiging komt per sms van Tove Johanne: regen en sneeuw op Galdhøppigen morgen. Wederom een afgelasting. Vervelend. Zondag wordt het wel mooi weer, maar dan is Tove Johanne er niet. En het is tever om vanaf hier naar het uitgangspunt te fietsen en de wandeling te doen. Morgen dan met de bagage naar Lom rijden en zondag de wandeling maken? Het betekent een extra dag plus zeker zestig kilometer extra met bagage. Bovendien wil ik ook graag een wandeling naar de befaamde Besseggen maken, één dag fietsen hier vandaan, en het wordt enkel zondag en maandag redelijk weer. AARGH! Ok, dan maar een rustdag morgen op deze 'mooie' camping om wat op krachten te komen en de regen uit te zitten. Ik heb trouwens ook teveel eten om mee de bergen in te slepen nu. Wel jammer van Galdhøppigen, maar goed, je moet wat te wensen overhouden. M'n Deense buurman in z'n tent wordt ook niet echt vrolijk van m'n weerbericht en kijkt meewarig naar m'n fiets: 'Als je inderdaad al een maand aan het rijden bent, heb je weinig mooi weer gehad'. Nou goed, ik mag blij zijn dat ik niet te lang in Zuid-Noorwegen ben gebleven, waar het al weken regent en aardverschuivingen en overstromingen het nieuws bepalen. Het gesprekje doet me goed. Erg leuk om in het Noors met een Deen te kunnen kletsen, hoewel het Deens lastig te volgen is. Gisteren heb ik ookal met een Zweed gesproken. Het Skandinavisch lijkt welhaast een wereldtaal! Haha.
|