|
Telemark
Dalen - Hovden
Zoals verwacht heb ik de wekker nodig om wakker te worden. Moe! Vrijwel de hele camping slaapt nog. Pas als ik even voor negenen alles heb ingepakt en m'n flesjes water vul bij het sanitairgebouw, komt er wat leven op de camping. Er stapt een Nederlander op me af om te vragen, juist, of ik helemaal uit Nederland ben gefietst. Maar hij wil vooral vertellen hoeveel kilometers hij wel paar jaar fietst, etc. En hij vraagt hoeveel lekke banden ik heb gehad. Die heeft het begrepen. Ik vraag toch ook niet aan een campertoerist hoevaak hij zonder benzine heeft gestaan of dat z'n wieldoppen er nog wel opzitten? Vraag een vakantiefietser nóóít hoeveel lekke banden hij/zij heeft gehad. De man weet me nog te vertellen dat de komende klim zo'n twaalf procent is. Hij is fijn. Ik kan de kilometers en hoogtemeters van gisteren goed voelen in de benen en knieën en besluit het vandaag rustig aan te doen. Wanneer de beste man vraagt of ik wel warme kleding bij me heb 'want het is koud daarboven' heb ik schoon genoeg van hem en fiets weg. De klim, die twee kilometer na de camping begint, is inderdaad re-te-steil. Het fietsshirt kan uit, want de zon staat aan een bijna blauwe hemel. Al gauw parelen in sromen de zweetdruppels van m'n voorhoofd en armen. Ik hoef nog net de lichtste versnelling van 11-34 niet te gebruiken, maar ik kruip werkelijk omhoog met een snelheid van zo'n zeven kilometer per uur. Na een lang steil recht stuk beginnen de haarspeldbochten, die een stuk lekkerder rijden. In de bochten krijg ik schitterende uitzichten voorgeschoteld over Dalen ver beneden en het meer waar het aan ligt, dat gezien de rotsen die honderden meters recht uit het water omhoog komen, net een fjord lijkt.

Een Franse automobilist rijdt zachtjes voorbij en toetert bemoedigend naar me. Op zo'n kleine 500 meter houden de haarspeldbochten op en ben ik uit het dal, dat ik door het bos nu niet meer kan zien. Dat betekent echter niet dat de klim voorbij is. Sterker nog, dit stuk vind ik lastiger. Door uitgestrekte naaldbossen fiets ik van het ene dal naar het andere. Stuk omhoog, stukje naar beneden, weer een stuk omhoog, etc.



Het is lang geleden dat ik door de bossen heb gereden en ik geniet van alle natuur en de vele meertjes waar ik langs kom. maar het op en neer en een opstekende en soms vijandig harde tegenwind nekken me een beetje. Zeker wanneer ik boven de boomgrens uit kom en via een lange, rechte weg met vals plat een nieuw dalletje oversteek, heb ik het zwaar te voorduren met de harde windstoten. Telkens wanneer ik door een nauwe passage van twee bergjes naar een volgend dal of bergmeer fiets, blaast de wind me vanwege één of ander tunneleffect keihard in het gezicht. Melkzuur! Bij één van de bergmeren is een parkeerplaats met picknicktafels, zodat ik het energietekort wat kan aanvullen en wat meer kan genieten van al het prachtige om me heen. De weg gaat nog een paar keer op en neer en over het hoogste punt op bijna 850 meter, maar dan krijg ik plotseling een panorama over het Setesdal, een kronkelig dal dat hier eigenlijk meer een enorme kloof is, met veel bos beneden, doorklieft door een bergriviertje.

Over het dal heen kan ik bergtoppen met sneeuw waarnemen, maar die verdwijnen snel bij de steile afdaling, slingerend langs de afgrond. Met een slip kom ik op 350 meter tot stilstand. Ok. Het jack kan weer uit, want hier beneden is het een stuk warmer. Ik sta aan het begin van vijftig kilometer vals plat - er moet zo'n 400 meter hoogte overbrugd worden - en een stevige wind die qua sterkte aan de wind in delen van de Alpen doet denken - qua temperatuur zeker niet! - blaast uitdagend in m'n gezicht. De eerste kilometers gaan me echter makkelijk af, slechts lichtjes gaat de weg omhoog en met de vele stroomversnellingen in de rivier is er veel te zien.

Het was echter dom te veronderstellen dat de klim over vijftig kilometer het hele traject de één procent zou aanhouden. Na een korte tunnel die ondnaks z'n lengte me toch de kriebels bezorgd - en dat terwijl het al minimaal vijf weken geleden is! - wacht me bij Bykle dan ook een veel steiler stuk. De wind breekt me op en ik moet meerdere malen stoppen om het zuur uit de benen te laten vloeien en weer wat moed te verzamelen. De macht is uit de benen en ik wil nog even niet denken aan de zware etappes van morgen en overmorgen, waarbij ik nog twee flinke bergruggen over moet. Voordeel van de klim is dat ik opeens bijna alle hoogte heb gemaakt.

En nu gaat het dan ook vrijwel vlak langs de rivier. Het zonnetje laat zich wat meer zien en met nog twintig kilometer te gaan stop ik bij een paar mooie picknicktafels aan de rivier. Eerst maar even wat extra krachten opdoen. Een flinke tweede lunch en het half uurtje rust doen me goed en vol goede moed stap ik de tegenwind weer in. De laatste kilometers willen echter maar niet voorbij kruipen. het gaat toch nog wat op en neer en bij elk klimmetje schreeuwen de verzuurde benen: stop, stop! Als toetje volgt de weg de laatste vijf kilometer naar Hovden een groot bergmeer, waar de wind vrij spel heeft en ik moet stampen en trekken om vooruit te komen. Maar als je maar lang genoeg blijft trappen, komt het doel 'vanzelf' een keer dichterbij. Licht juichend van geluk rol ik het winterplaatsje Hovden binnen en doe wat kleine boodschapjes. De camping ligt nog iets voorbij Hovden en conform de fietswet gaat de weg weer lekker omhoog. Nu het doel nadert, maakt het me niet eens zo gek meer uit. Na nog eens honderd hoogtemeters rijd ik over een lange rechte weg over de toendra. Aan de kant van de weg wappert een NAF vlag en bij de receptie van de jeugdherberg betaal ik voor m'n tent. Op deze hoogte van 850 meter is het zelfs zomers niet aangenaam om te kamperen - voor het gros dan - en er is weinig te gebeuren op de camping. Enkel naast een grote container vind ik een plekje met fijn gras, maar dat zal me een worst wezen. Ik sta pal naast het sanitairgebouw en dat is erg fijn voor m'n kats verzuurde benen en zere knieën. Een heerlijk lange en warme douche doet wonderen en ik krijg zelfs zin om over Haukelifjell te fietsen morgen. Morgen, niet vandaag. Ik kruip lekker vroeg en met wat extra's aan de warme slaapzak in. De laatste twee dagen hebben me aardig afgemat. Ik heb er wel prachtige natuur en spectaculaire afdalingen voor teruggekregen en wat dat betreft kan ik me verheugen op Haukelifjell en Røldalsfjell overmogen, maar stiekem droom ik ook van een weekje vakantie in Hardanger, in een huisje tussen de fruitbomen, uitzicht over de fjord en Folgefonn en heerlijk warm zonnetje. Nog maar twee dagen!
|