Telemark
Rjukan - Dalen
Koud! Buiten dan. Heerlijk om de verwarming aan te kunnen doen, want buiten is het vannacht tussen de vijf en tien graden geweest. Zo vroeg eruit ben ik niet meer gewend en Sindre al helemaal niet - hoewel hij dit keer wel direct z'n nest uitkomt - en met duffe koppen eten we de laatste boterhammen weg. Het laatste biertje en wat overgebleven beleg mag ik meenemen van Sindre en in ruil daarvoor krijgt hij drie plastic tassen met kleding en spullen die ik nauwelijks of niet meer nodig heb. Het hutje is zo schoon en kwart voor negen staat de Tank weer rijklaar. Sindre en ik bedanken elkaar voor het gezellige weekend en gaan elk onze eigen weg: hij terug naar Nesodden in het oosten, ik richting Lofthus in het westen. Afscheid nemen is voor mij gek genoeg zowel makkelijker als moeilijker geworden. Makkelijker omdat ik het zo vaak moet doen en er gewend aan raak, moeilijker omdat de contacten zo vluchtig zijn en het na zulke gezellige dagen samen altijd weer even lastig is alleen verder te gaan. De hemel is voor een groot deel blauw en in het zonnetje kan ik lekker warmtrappen op de lange, vlakke weg door Rjukan. Het klimmetje naar de hangbrug is mij wel bekend en ondanks de lange onderbreking - of misschien wel dankzij - trap ik lekker makkelijk naar boven. Het is behoorlijk zweten geblazen in het zonnetje terwijl ik op m'n gemakje de haarspeldbochten neem. De hoogtemeters vliegen me om de oren en de kloof verdwijnt in de diepte. Op zo'n 700 meter neem ik een oud paadje om zo een tunnel - waar ik nog steeds geen liefhebber van ben - te ontwijken. Het paadje gaat langs de afgrond van de kloof en biedt, onzichtbaar voor de automobilisten in de tunnel, totaal onverwacht, een schitterend uitzicht op de Rjukanfoss die witschuimend enkele tientallen meters hoogteverschil met groots gebulder in één keer overbrugt.


Inmiddels nader ik de 900 meter en de klim vlakt af zodat ik rustig langs - alweer - een stuwmeer kan pedalleren. Vanaf Gaustatoppen kon ik gister echter al het - volgens mij - grootste stuwmeer van Noorwegen zien liggen, het Møsvatn, waar ik na een klein klimmetje langs fiets. Het toeristenbootje vertrekt net vanaf de kade richting de toeristenhut Mogen, waar je al een flink eind de Hardangervidda op bent en tal an wandelingen kunt maken. in de verte torenen een aantal toppen - sommigen nog met redelijk wat sneeuwvelden - boven het water uit. Inmiddels heb ik de Hardangervidda al vanaf vele gezichtspunten en onder verschillende omstandheden gezien en met dit uitzicht voel ik me alweer wat meer thuis. In Lofthus zien we de vidda een beetje als onze achtertuin - wel een héle grote dan - en plotseling lijk ik niet ver meer van m'n einddoel. Je denkt er onderweg niet zoveel aan en fietst enkel de etappe van de dag. Maar al die dagen bij elkaar - vandaag de 47e - vormen een lang lint van vele uiteenlopende ervaringen. Een tocht die mentaal wellicht wat lastiger was dan voorgaande jaren, maar in z'n geheel een fantastische bundel van nieuwe herinneringen en ontmoetingen met bekende en onbekende heeft opgeleverd. Al mijmerend ben ik over het hoogste punt op zo'n goede duizend meter gefietst, waar langs de kant van de weg wat tamme rendieren worden gevoerd.



Een aantal kilometer lang gaat het aangenaam naar beneden. Erg steil is het niet, maar er blaast een flinke wind in de rug, waardoor ik heerlijk op m'n triathlonstuur kan liggen, terwijl ik tegen de zestig door de bochten zoef. Naast de afslag van de binnendoorweg naar Dalen die ik wil nemen, staat een Joker supermarkt met een picknicktafel ernaast. Eén van m'n fietswetten komt uit, wanneer er een grote vrachtwagen naast m'n fiets komt staan, terwijl ik gauw stiekum een plasje aan het doen ben tegen de struiken.


Inmiddels is de lucht weer dichtgetrokken en ik moet m'n jack aandoen bij het eten tegen de koude rillingen. Het binnendoorweggetje rijdt heerlijk. De weg is erg rustig en blijft op dezelfde hoogte. Ook zijn de bergen hier groen en het is lang geleden dat ik door de bossen reed. Achter me vang ik af en toe glimpen op van de vidda, voor me nkel groene dalen en bergen en natuurlijk een meertje naast me.


 Vanachter komen er helaas regenbuien achter me aan. De weg gaat hier van dal tot dal, soms een klein klimmetje, soms een afdalinkje en slingerend tussen de bergen door, weet ik de ergste regen op afstand te houden, het miezert slechts wat. Plotseling duikt de weg naar beneden en verliest zo'n 150 meter hoogte. Inmiddels zijn m'n voorremmen versleten en ik trek een dikke zwarte streep van zo'n twintig meter op het asfalt om van zestig terug naar nul te komen en te voorkomen dat ik de E134 op schiet. Deze hoef ik maar vijftig meter te gebruiken om weggetje 45 naar Dalen in te kunnen slaan. Zoals verwacht klimt de weg weer naar zevenhonderd meter en na tachtig kilometer voel ik het wel in de linkerknie en de bovenbenen. De zon komt weer door en zwetend en hijgend kom ik boven. Nu is het alleen maar afdalen naar Dalen! Flink genietend zoef ik weer door het bos. Maar waar ik niet op gerekend had, is dat er nóg een klim volgt, naar 750 meter. De kramp schiet in m'n rechterbovenbeen bij het klimmen. Op de top is het nog maar zo'n klein vijftien naar Dalen, terwijl ik nog 700 meter hoogte kwijt moet. De achterrem moet dan ook hard werken omhet staafkerkje van Eidsborg niet voorbij te schieten. Het druppelt weer, dus na een fotootje, fiets ik gauw weer door.



Het laatste stuk is ronduit spectaculair. het gaat twaalf procent naar beneden en de weg valt met nekel haarspeldbochten de bergwand af naar Dalen, dat aan het hoogste meer ligt waar je via het Telemarkkanaal kunt komen en omringd is door zeer steile bergwanden. Het is hard werken om de snelheid niet uit de klauwe te laten lopen - ik accelereer op één recht stuk tot 74 - en niet uit de haarspeldbochten te vliegen. Na een bliksembezoek aan de minibank rijd ik naar de camping waar het werkelijk helemaal zwart staat van de Nederlanders - ik kan op het eerste gezicht zelfs geen Noor, Deen of Duitser zien! - en fier een vlag wappert: ANWB erkende camping. Het zal toch niet? Naast de receptie ligt een groot springkussen. Slecht teken. Ik begin in het Noors aan de receptie, maar hoor na één zin dat ik op het Nederlands over kan stappen. Tot m'n schrik krijg ik te horen dat alles inclusief is: 'gratis' douche dus, 'gratis' internet, etc. En een belachelijk hoge (record)prijs van 149 kroon.
'Tot tien uur kunt u de warme broodjes voor het ontbijt bestellen en we hebben elke dag de Telefegraaf.'
Met een zucht sjok ik terug naar m'n fiets om middels ee rondje over de camping een gaatje te vinden in het oerwoud van gele nummerborden. Van alle kanten klinkt Nederlands gebrul en worden fikkies gestookt. Het lijkt wel of ik op een Nederlandse camping aan de Costa del Sol sta! Ongelooflijk, zoiets heb ik nog nooit in Noorwegen gezien. Ik moet toegeven dat alles er wel weer supernetjes uitziet en de 'gratis' douche is heerlijk warm. na wat boodschapjes en het avondeten probeer ik ook nog even het gratis internet, maar er ligt geen nieuws in de inbox. Inmiddels ziet het werkelijk blauw van de rook op de camping van alle kampvuren die gewoon op het gras gestookt worden. Ik pak de fiets nog maar even voor een rondje Dalen. Met de laatste zonnestralen op de bergwanden ziet het meer er vredig uit. De Henrik Ibsen waarmee je vanaf hier een tocht over het kanaal kunt maken, ligt uit te rusten aan de kade.



Slechts een aantal mensen maken een wandeling hier. Over een grindpaadje door een dat me aan de Veluwe doet terugdenken kom ik uit bij het bekende en fraaie Dalen Hotel.



Na een lusje door het dorp voel ik m'n knie behoorlijk. Het blijkt dat het wandelpad die de Nederlandse buren in Rjukan aanbevalen en waarlangs je 's avonds gegarandeerd bevers moet zien, niet te fietsen is. Het is maar 1,5 kilometer, maar ik voel me plotseling erg moe. Dan maar geen bevers. Ik heb in elk geval een indruk van Dalen gekregen en het lijkt me erg gaaf nog eens langs het Telemarkkanaal te fietsen. Ik plof neer in m'n tent en lurk aan het biertje dat ik nog heb. Ik zal vannacht goed slapen.