Vertrek: de eerste dagen
Amsterdam - Oslo

De fiets en de kar past maar net in de bij de fietsenmaker geritselde doos en de doos past maar net in de auto. Toch knap dat we er de twintig kilo zware tas van de aanhanger een een vijf kilo zware rugzak bij weten te proppen. Je wilt ook niet weten hoe krap ma achterin zit. Om drie uur 's middags wegrijden vanuit Apeldoorn moet toch genoeg zijn om alle files voor te zijn en half zes op Schiphol aan te kommen. Ergens tussen Amsterdam en Schiphol overvalt een gitzwarte wolk met gele sluiers de snelweg. Gevolgd: veertig rijden, nauwelijks zicht, file enom vijf uur op Schiphol. Maar goed, we hebben alle tijd. Jesper staat me in z'n nette pak samen met z'n tante bij de incheckbalie dertig - ja, ik vlieg low-budget - op te wachten. Hij is direct na z'n diploma uitreikingin Delft naar het vliegveld gekomen. Het is onwerkelijk alweer op Schiphol te zijn. Slechts vijf weken geleden kwam ikhier aan, na negen maanden Noorwegen en ruim elf maanden nauwelijks thuis te zijn geweest. Het reizen en pendelen in en tussen Noorwegen en Nederland is gaan wennen, maar het missen van familie en vrienden niet.


Na een stief kwartiertje wachten gaat de incheckbalie voor Oslo open. Natuurlijk sluit ik in de verkeerde rij aan. De groep van vijf druk door elkaar kwetterende Chinezen vertrouwde ik al niet, maar doordat ze van rij wisselen werkt mijn voorzorgsmaatregel niet en komen ze pal voor me te staan. Hoe ze het voor elkaar krijgen snap ik niet, maar pas na vijfentwintig minuten kande dame achter de balie hen wegsturen, ondanks - of misschien dankzij - de onhandige Nederlandse reisleider die bij het zooitje hoort en in gebrekkig Engels de nog gebrekkiger Engels sprekende Chinezen probeert te helpen. Zuchtend kijkt de dame meaan en ik bied maar m'n excuses aanals ik zegt dat ik én overbagage heb en ook nog een fiets. Na het incheceken van m'n bagage stuurt ze me naar een andere balie om bij te betalen. Ondertussen is het nog maar drie kwartier voor het vliegtuig vertrekt - en we waren nog wel zo vroeg. Des te vrolijker word ik van de Chineze reisleider die namens het zooitje voor me staat in, naar na nog een kwartier blijkt, de verkeerde rij. De hese dameachter de balie werkt redelijk vlot door, maar na het betalen van 64 euro extra - meer dan m'n ticket heeft gekost - vraag ik toch maar zelf om een label voor m'n fietsdoos.
'Welke fietsdoos?'
'Die hier voor uw neus!'
'Nee, de label moet u bij de incheckbalie afhalen. Maar ik zal wel even bellen dat u eraan komt, hoeft u niet in de rij te staan.'
Aargh. Nog een uur tot het vliegtuig vertrekt. Samen even wat drinken kunnen we wel vergeten. Bij de balie aangekomen, loop ik de hele rij voorbij en zie tot m'n ergernis die reisleider weer klooien bij 'mijn' balie. Tegelijkertijd schreeuwt een Noorse passagier in de rij in het Engels dat ik achteraan moet sluiten. Geërgerd probeer ik uit te leggen dat dat niet hoeft, maar tijd daarvoor krijg ik niet. De man wijst en schreeuwt dat ik achteraan moet aansluiten, wat ik niet van plan ben. Op zijn zin in gebrekkig Nederlands dat ik hem in m'n eigen taal kan toespreken, schreeuw ik in de stress: 'Doe effe rustig jongen!' waarop z'n lip begint te trillen.
'Is he calling me kid?' schreeuwt hij naar m'n pa naast me.
'Nee hoor, je hebt het vast fout gehoord', waarop ik maar wegloop en pa de label af laat halen, die vijf minuten later met fietsdoos en al in de kar voor oversized bagage zit. Nog vijftig minuten. In de coffeecorner drinken we nog even wat, maar dan kan ik de zenuwen niet inhouden en wil ik door de douane. Op eenanderemanier dan we wilden nemen we afscheid - we zullen elkaar immers een paar maanden weer niet zien - waarna ik na de pascontrole er tot m'n grote ergernis achterkom dat ik een uur vertraging heb. Alle stress voor niets. In de wachtruimte loopt de vertraging op de ruim anderhalf uur. Ik spreek even met de nastomende Noor die mijn standpunt, ondanks dat ik de zijne wel begreep, niet echt wil snappen, en ik hoop maar dat ik niet naast hem kom te zitten. Even na negen uur loop ik in de stromende regen de trap op, het vliegtuig in.
(links Amsterdam in de regen, rechts Oslo in de avondzon)
Een gezellig Nederlands echtpaar dat al jaren trouwe Noorwegenganger is, zit naast me en al keuvelend gaat de vlucht snel voorbij. Voor we het weten, schuift skischans Holmenkollen en het Rådhus onder ons door en landen we in het licht om kwart voor elf op Gardermoen, Oslo. Nadat ik eentijdje doelloosbij het doodstille afhaalpunt voor speciale bagage heb gestaan, sjouw ik met alle andere bagage terug naar de bagageband, waar het inmiddels uitgestorven is en m'n fiets al minstens twintig rondjes heeft gedraaid!
Ik zou Liv-Tone ontmoeten in de parkeergarage. Dus ga ik met de lift - waar ik met de kar met fietsdoos niet ik kan rijden, waardoor ik eerste de doos los in de lift moet schuiven om daarna gauw met het karretje naar binnen te rijden - naar beneden. Daar krijg ik een sms dat het garagefeest niet doorgaat en ik dus met de lift weer naar boven kan, waar bij de uitgang naar de afhaal/taxiplaats twee draaideuren op me wachten, waar de kar met doos ook niet doorpast. Sjouw, sjouw, eerst de doos naar buiten, terug, kar halen. Pffff, ik ben buiten. Geen Liv-Tone. Ik kijk boven en zie tot m'n schrik de onderkant van een rijbaan, aansluitend op de tweede verdieping van het vliegveld. Draaideuren terug, nog zo'n krappe lift naar boven, wéér draaideuren. Ik gok erop dat het net past en net als in een James Bond film wacht ik het juiste moment en stand van beide deuren af om daarnain volle vaart door de twee deuren te scheuren met vijf centimeter speling aan beide kanten. Een lachende Liv-Tone staat me op te wachten. Gelukkig schuift de fietsdoos zo de achterklep in en tien minuten later scheuren we door de landerijen. Na een bakkie koffie en een kort praatje met haar ouders, krijg ik nog een boterham en dan vind ik het welletjes. Om half één laat ik me vallen in hetzelfde bed als waarin ik zo'n vier maanden geleden sliep op weg naar Alta. Toen was het bijna twintig uur per dag donker, nu is het andersom. Binnen een paar minuten val ik in slaap en droom weg naar alle plekken die ik weer ga ontdekken.