|
Ålesund - Trondheim
Gamlem - Malmefjorden
Ik zal maar extra veel lawaai maken bij het inpakken, want Espen zal wel door z'n wekker heen slapen. Om half acht eruit gaan is niet voor hem. En inderdaad, pas na een kwartier komt meneer slaperig naar beneden: 'm'n wekker is niet afgegaan'. Ach, maakt ook niet uit en Espen dekt direct de tafelvoor het ontbijt. Ik krijg zelfs nog een heel vers zelfgebakken meergranenbrood mee. Het pontje van Brattvåg naar Dryna gaat om kwart voor tien en in ruim vijf kwartier moet ik de afstand van dertien kilometer toch wel kunnen fietsen naar de kai. Met twaalf graden is het nog redelijk fris en er waait ook een best windje, maar de zon schijnt volop en met de blauwe hemel belooft het een mooie dag te worden. Het stemt me vrolijk en vol frisse zin rijd ik over de vrijwel verlaten weg op deze vroege zaterdagmorgen. De zee is kalm en aan de horizon zijn vaag de contouren te zien van de laatste eilanden voor de kust.


Aan de andere kant schitteren de witte pieken van de Sunnmøre Alpen nog steeds in de verte. Daar ergens achter moet ik vandaan gekomen zijn. Veel te vroeg kom ik op de verlaten kade van Brattvåg aan. Slechts twee Litouwers slenteren op de pier langzaam heen en weer met hun vishengels. Tien minuten voordat de ferry komt stappen ze zonder vangst in hun Mercedes die aan de opschriften en telefoonnummers op de zijkanten een taxi uit Litouwen moet zijn. een dikke dieselwolk achterlatend rijden ze weg. Eén van de werknemers van de ferry komt in haar Fjord1 trui aangefietst en we maken een kort praatje over het weer en wat ik aan het doen ben. Een bezorgde Duitse toerist vraagt haar, zowaar in het Engels, of de ferry naar Dryna wel komt, maar dat is zo, zij het met tien minuten vertraging. Zesentwintig kroon kost de overgang, de fiets gaat altijd gratis mee en daarvoor kan ik ook nog lekker binnen aan een tafeltje zitten, beschut voor de koude wind. Op één tafeltje staat een schoteltje met sleve's met een plastic bakje ernaast. Ik laat deze mogelijkheid niet voorbij gaan en gooi tien kroon in het bakje en smul van de sleve met boter en suiker. Twintig minuten later meert de ferry aan op het eiland Otrøya.
'Ga je het hele eiland affietsen?' vraagt het oude vrouwtje dat per voet aan boord kwam en mij met haar zwarte gebit toelacht. 'Dat wordt een mooie tocht jongen.'
Nadat de drie auto's die ook aan boord waren me zijn gepasseerd, ben ik een uur verzekerd van geen achteropkomend verkeer. Het is dan ook alsof ik even alleen op de wereld ben.
Aan de linkerkant van het eiland ligt de Harøyfjord en de open Noorse Zee, aan de rechterkant het Noorse vasteland. De onverharde weg gaat flink op en neer langs het water en rijdend in de luwzijde en de zon vol op m'n hoofd, is het flink zweten geblazen. Het uitzicht over het water en het vasteland is fabelachtig. Zo vaak zie je niet sneeuw op de bergen liggen vanaf zee.
Het eigenlijke Otrøya begint pas bij Midsund, waar een fraai geboogde brug over een stukje zee het kleine eiland waarop ik fietste verbindt met het hoofdeiland. Ondanks de rustdag verzuren de benen snel bij de gemene onverharde klimmetjes.
De weinige mensen die op het eiland zijn, werken op hun vrije zaterdag op het land of klussen aan hun huis. Ze kijken me verbaasd na als ik voorbij fiets, een enkeling steekt een hand op. In de verte kan ik aan de andere kant van het water de bebouwing van Molde ontdekken. Bij het gehucht Jenset draait de weg negentig graden om een berg heen. Twee kilometer verder zie ik de ferry liggen die me naar het vasteland moet brengen. De weg gaat naar beneden en hangend over het stuur race ik naar de kai en kan nog net aan boord glippen voordat de boot vertrekt. Vooruit dan maar, nog één sleve.

De 662 naar Molde is een stuk vlakker en de resterende dertien kilometer naar de 'stad' vliegen voorbij. Ik had me Molde mooier voorgesteld, maar het lijkt vooral in de zomerzon van vandaag meer een badplaats met veel winkelcentra. Helaas valt de camping ook tegen: een strook gras langs de grote weg, daar heb ik echt geen trek in. Dus doe ik maar alvast de boodschappen, zodat die binnen zijn - het wordt vandaag een 'karbonade' met een halve komkommer en de aardappelpuree vanhet noodrantsoen in verband met de liquide middelen - en zoek ik op de gps de volgende camping. Die ligt natuurlijk aan de andere kant van een bergruggetje, waardoor ik nog een keer naar tweehonderd meter kan klimmen. Ik voel me niet helemaal op m'n gemak op deze toch grote weg. In een parkeerhaven eet ik nog maar een paar boterhammen voor wat extra energie. Gelukkig kiest de grote weg een tunnel dwars door het bergje heen, waar ik niet doorheen mag - moet zeggen dat ik ook een kleine tunneltrauma aan vorige week heb opgelopen, zodat ik de oude rustige weg mag afknorren. Ik ben blij als ik eindelijk over het hoogste punt ben, want ik werd achtervolgd door een vijftigtal hardnekkige, maar vooral irritante vliegen. De laatste acht kilometer is het gelukkig alleen maar afdalen en in het zonnetje en de groene bergen om me heen begin ik erbij te zingen, zeker bij het zien van Malmefjord: een prachtig blauw water, met groene heuvels rondom.

De camping ligt strak aan het water en ik kan m'n tentje mooi in de schaduw opzetten. Het vriendelijke meisje van de receptie wil me 160 kroon laten betalen voor de auto/tent combinatie.
'Maar ik heb geen auto.'
'Toch valt u eronder', verontschuldigt ze zich en begint een onzin verhaal over BTW dat ik niet kan volgen.
'Kun je er echt niets mee doen? Dit is erg duur en ik ben op de fiets en maar een arme student', jammer ik vol gespeeld zelfmedelijden, waarop de prijs zakt naar honderd kroon. Weer gelukt. Na het wassen van de kleren die nu mooi in het namiddagzonnetje kunnen drogen, pit ik eerst een paar uurtjes in de zon, voor ik me stort op de karbonades en aardappelpuree, die nog redelijk smaken. Kleine domper van de dag is wederom een logistiek probleem. Idun en Sindre die mij allebei min of meer overtuigd hebben dat ik persé naar Trondheim moest komen en hen daar ontmoeten voor een rondleiding etcetera, kunnen allebei niet op woensdag, alleen eerder. Maar sneller dan drie dagen 250 kilometer overbruggen gaat me toch niet lukken denk ik - en heb ik ook weinig zin in. Maar wel een beetje irritant als je ruim duizend kilometer naar een doel rijdt en dat ze dan toch niet kunnen rond de min of meer afgesproken periode. Noors, zeg ik dan maar. Het kost me nog wat hoofdbrekens deze avond, maar goed, komen we ook wel weer uit. eerst maar eens zien in Kristiansund te komen morgen.

|